‘We moeten snoeien om te bloeien’
De kracht en kwaliteiten van Brabants Mozaïek versterken

| 11 maart 2015

De kracht van Brabant is zichtbaar in alle statistieken, maar kan ook overmoedig maken. Voor de Provincie Noord-Brabant is de grootste uitdaging om de bijna grenzeloze ambities en innovatiekracht de ruimte te geven zonder de kwaliteit van het Brabants Mozaïek teniet te doen. Samenwerken op basis van besturen 3.0 is daarvoor de noodzakelijke voorwaarde, met de provincie hoofdzakelijk in de rol van verbinder, maar als het nodig is in de gebiedende rol. Een gesprek met twee Brabantse bestuurders.

Wethouder Frans Stienen (links) over gedeputeerde Yves de Boer: ‘Yves speelt bij de complexe opgaven en lastige discussies vooral de rol van verbinder. De ruimte die hij geeft om er samen uit te  komen past in deze tijd en wordt door mijn zeer gewaardeerd.’ Beeld Erik van der Burgt

Wethouder Frans Stienen (links) over gedeputeerde Yves de Boer: ‘Yves speelt bij de complexe opgaven en lastige discussies vooral de rol van verbinder. De ruimte die hij geeft om er samen uit te komen past in deze tijd en wordt door mijn zeer gewaardeerd.’ Beeld Erik van der Burgt

‘Provincies kunnen niet zonder gemeenten. Omgekeerd is het gevoel dat we dat wel kunnen.’ Wethouder Frans Stienen (CDA), die in Helmond stedelijke ontwikkeling en wonen in zijn portefeuille heeft, windt er geen doekjes om als je hem vraagt waarvoor hij de provincie nodig heeft. ‘De realiteit is dat je er als gemeentebesturen niet altijd samen uit komt. Ik merk in de praktijk dat de provincie een hele grote rol speelt door met ons te praten en de lijn te trekken als het nodig is.’

Ambities
Colleges zien dat ze moeten samenwerken, constateert de Helmondse wethouder. ‘Ze realiseren zich terdege dat de tijd voorbij is dat ze konden zeggen: “Ik maak klein Amsterdam wel binnen mijn gemeente”, met een eigen sporthal, zwembad, bedrijventerrein en woningbouwplannen.’ Maar om vervolgens uit te leggen aan de raad en de burgers dat al die zaken niet meer vanzelfsprekend zijn, is wel even een ander verhaal. Hoe moeilijk het is om van praten tot afspraken te komen, ervaart Stienen in het regionaal overleg, waar hij als voorzitter met negen collega’s probeert de plannen voor woningbouw af te stemmen. ‘We hebben geïnventariseerd welke plannen echt noodzakelijk waren. Schrik niet, dat kwam neer op 82 plannen. In deze tijd! Allemaal zogenaamd majeure plannen, waar meestal al bestemmingsplannen voor liggen, grond voor is aangekocht. Conclusie: we houden met z’n allen veel te veel plannen in de lucht. We moeten dus afschalen.’

Kopgroepen

Van samenwerken naar afspraken maken en ook samen de pijn verdelen

Het Brabantse Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) is de plek waar in voor de grote dossiers vraag en aanbod in kwalitatieve en kwantitatieve op elkaar wordt afgestemd. Dat gebeurt in de vier Brabantse regio’s en minstens twee keer per jaar. Binnen die regio’s wordt gewerkt met kopmannen en -vrouwen. Gedeputeerde Yves de Boer (ruimtelijke ontwikkeling en wonen, VVD) heeft de RRO’s ingesteld om slagen te kunnen maken. ‘Met tientallen gemeenten in een regio een debat voeren en keuzes maken, is vrijwel niet te doen. En omdat ik niet op de stoel van de gemeenten wil gaan zitten, hebben we voor elk dossier een kopgroep nodig die de verantwoordelijkheid neemt om in de verschillende subregio’s de gesprekken te voeren. Als we dan bij elkaar komen, zo’n paar keer per jaar, is het veel sneller en makkelijker besluiten nemen. Er ligt veel meer draagvlak onder en de provincie laat zien dat ze ook naast de gemeenten wil staan en niet als een autoriteit erboven, zoals traditioneel in het Huis van Thorbecke.’

Pijn verdelen
Zuidoost-Brabant staat met tal van netwerken en samenwerkingsverbanden model voor de regionale aanpak. ‘Een ondernemende regio, die zichzelf met de haren uit de problemen heeft getrokken en nu een van de innovatiefste ter wereld is’, memoreert De Boer. Toch is het zelfs daar uiterst moeilijk om op de moeilijke dossiers tot gezamenlijke besluiten te komen. De Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel baarde in zijn nieuwjaarstoespraak opzien met de opmerking dat Eindhoven door moet groeien naar 300.000 inwoners. Daarmee fiets hij door alle samenwerkingsafspraken heen, benadrukt de Frans Stienen. ‘Meteen hoorde ik van ontwikkelaars welke plekken daar dan voor in aanmerking zouden komen. Ook van andere burgemeesters in de regio hoor ik uitspraken met dezelfde teneur. Het gaat goed met ons, we gaan starterswoningen bouwen, we zijn met het centrumplan bezig. Op deze manier hebben we niets geleerd van de crisis.’

Wethouder Frans Stienen (links) over gedeputeerde Yves de Boer: ‘Yves speelt bij de complexe opgaven en lastige discussies vooral de rol van verbinder. De ruimte die hij geeft om er samen uit te  komen past in deze tijd en wordt door mijn zeer gewaardeerd.’ Beeld Erik van der Burgt

Artists impression van het nieuw te bouwen Logistiek Park Moerdijk, waarmee Havenschap Moerdijk, gemeente Moerdijk en de provincie inspelen op vraag naar grootschalige logistiek. Beeld Studio Marco Vermeulen

Yves de Boer, beminnelijk als altijd, zegt begrip te hebben voor de positie van de burgemeester. ‘Bestuurders willen natuurlijk hun gemeente profileren, een positieve boodschap uitstralen. Maar als je te positief bent dan schep je verwachtingen die je niet kunt waarmaken. Je kunt wel denken dat je er 80.000 inwoners bij wilt hebben. Maar waar komen die dan vandaan? Nee, als we bezig blijven om allemaal op ons eilandje de eigen folders te verkopen dat weet je zeker dat ergens heel veel pijn wordt geleden. We moeten gewoon snoeien om te bloeien.’

Doorzettingsmacht
De Provincie Noord-Brabant, bij monde van gedeputeerde De Boer, schroomt niet om z’n doorzettingsmacht te gebruiken als gemeenten er samen niet uitkomen. ‘Voor aan aantal gemeenten is het dan inderdaad eenrichtingsverkeer. Die moeten zich dan echt aan de gemaakte afspraken gaan houden. Die zullen dan met hun bestemmingsplannen langs moeten komen om te laten zien dat er geen provinciale uitgangspunten worden geschaad.

We grijpen pas in als er grote verstoringen in de markt gaan ontstaan en er onvoldoende overleg is geweest. De provincie schroomt dan niet om een reactieve aanwijzing te geven of in beroep te gaan.’

Marcel Bayer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *