Dorpen en steden hoeven elkaar niet te beconcurreren
De stille revolutie op het platteland

| 21 januari 2021

De triomf van de stad is onmiskenbaar, ook in Nederland. Jonge mensen blijven massaal uit kleinere kernen op het platteland toestromen naar de dynamische en creatieve centra van onze economie. Toch zijn er aanwijzingen voor een ‘renaissance’ van het platteland, meent Murielle Hermsen-Facon. Ze illustreert dat aan de hand van Nieuwerbrug aan den Rijn, waar inwoners een nieuwe impuls aan hun dorp geven door in te zetten op netwerksamenwerking en het bevestigen van de kwaliteiten van hun dorp.

Door Murielle Hermsen-Facon, werkzaam bij ProKairos, als procesbegeleider en interim-manager in het ruimtelijk domein. Dit artikel staat in ROm, nr 12, december 2020. ROm is het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren in dat domein. Word nu abonnee op het thuisadres.

In 2019 hadden de VN voorspeld dat in 2050 zo’n zeventig procent van de bevolking in steden zou wonen. Steden werken namelijk als een magneet op jonge mensen uit plattelandsgemeenten. De stad staat voor velen symbool voor beweging en ontwikkeling. De steden bieden jongeren de banen die zij zoeken. Het voorzieningenniveau op het gebied van zorg, sport, onderwijs en cultuur is daar hoog en de bereikbaarheid goed geregeld. Langzamerhand lopen de dorpen leeg. De vitaliteit van het platteland komt in het gedrang omdat huizen leeg komen te staan, het aantal boeren afneemt en er steeds minder mensen zijn die een bijdrage leverden aan de lokale gemeenschap. Ook al wordt 92 procent van Nederland gezien als stedelijk gebied, de kloof tussen dorpen en steden is ook goed te zien in de Randstad.

(Tekst loopt verder onder de afbeelding)

Het centrum van Nieuwerbrug aan den Rijn, vóór en na de aanpak van de publieke ruimte. Beeld Murielle Hermsen-Facon

Maar de corona- en de klimaatcrisis laten ons de andere kant van de medaille zien. Met de pandemie verlaten sommige mensen de drukke steden voor kleine steden en dorpen. Daar vinden ze de ruimte, de natuur en betaalbare woningen. Het dorp staat voor sommigen symbool voor bezinning en kwalitatieve leefomgeving. Door nieuwe werkvormen en digitalisering kan men tegenwoordig makkelijk op afstand werken. Boeiende vragen zijn of het geluk in de wei plotseling de overhand heeft gekregen, of de toekomst van de mens ook in de plattelandsdorpjes ligt. Architect Rem Koolhaas, die zoveel voor steden heeft gedaan, gelooft in de wedergeboorte van het platteland. De vraag is of hier sprake is van een fundamentele gedragsverandering die de Europese geografie op de lange termijn zal kenmerken of dat het gaat om een tijdelijke trend.

Nieuwe bezieling

Nieuwerbrug aan den Rijn telt 1800 inwoners en ligt in het Groene Hart. Het dorp kent een lange geschiedenis van samenhorigheid, opstand en eigenzinnigheid. Anders denken, dwarsliggen, ideeën bedenken en uitvoeren hoort bij de identiteit van het dorp. Het is daarom niet vreemd dat Nieuwerbruggers niet gewacht hebben op de inwerkingtreding van de Omgevingswet om samen met de Gemeente Bodegraven-Reeuwijk invulling te geven aan hun actiegerichte dorpsvisie en het dorp te vernieuwen. In 2016 hebben Nieuwerbruggers het initiatief genomen om hun eigen toekomst te schetsen. Zij zagen hun dorp steeds meer achteruitgaan. Jongeren en ouderen trokken weg omdat te weinig geschikte woningen voor hen beschikbaar waren. Het aantal leerlingen op de basisschool nam af. De kwaliteit van de openbare ruimte was matig, de verkeersveiligheid liet te wensen over. Kortom: het dorp verpauperde en liep zoals vele andere dorpen in Nederland leeg. Nieuwerbruggers namen daarom het heft in eigen hand. In december 2016 werd de dorpsvisie officieel door de Werkgroep Innovatie Nieuwerbrug (WIN) overhandigd aan het college van burgemeester en wethouders en aan de raadsleden. De werkgroep, die uit vrijwilligers bestaat en een brug vormt tussen bewoners en gemeentelijk bestuur, deed een appel op een gelijkwaardige samenwerking.

Samenwerking en afhankelijkheid

Vanaf dat moment hebben Nieuwerbruggers en de Gemeente Bodegraven-Reeuwijk hun krachten gebundeld om financiële middelen te vinden om invulling te geven aan verschillende projecten. Vier jaar later zijn de eerste resultaten te zien. Nieuwe woningen en een medisch centrum zijn gebouwd, de toegangswegen worden momenteel verkeersveilig heringericht, het hart van het dorp heeft een fraai gezicht gekregen en de lokale supermarkt is weer open. Bewoners ontmoeten elkaar in het dorpshuis, langs de sportvelden of in de restaurants. Kortom: Nieuwerbrug aan den Rijn leeft en bloeit.

Een gelijkwaardige verhouding tussen bewoners en bestuur biedt ruimte voor initiatieven en experimenten

Wat leert dit voorbeeld ons? Dat bewoners en overheid te lang op afstand van elkaar hebben geleefd. Dat men permanent de dialoog met elkaar aan moet gaan. Dat een gelijkwaardige verhouding tussen bewoners en bestuur ruimte biedt voor initiatieven en experimenten. De combinatie van een coöperatieve houding van inwoners en ambtenaren en een transparante communicatie tussen partijen in de uitvoering, zijn de ingrediënten voor een gezamenlijke effectiviteit. Dit proces gaat uiteraard gepaard met vallen en opstaan en is alleen mogelijk wanneer de samenwerking gebaseerd is op verbondenheid en vertrouwen. Het laat bovendien zien dat dorpen veerkrachtig zijn. Dat ze daarmee een volwaardig alternatief zijn voor wonen in de stad. Dorpen en steden hoeven elkaar niet te beconcurreren, maar vullen elkaar juist aan en zijn in toenemende mate van elkaar afhankelijk en met elkaar verweven.