Democratische gastransitie

| 22 april 2022

Vorige week in het nieuws: niet alleen minima maar ook lagere middeninkomens hebben nu moeite om rond te komen. Dit als gevolg van de stijgende energieprijzen en de hoge inflatie. Nederland staat hierin niet alleen. Zo zien we dat in Frankrijk koopkracht een belangrijk verkiezingsthema is. Nationaal populist Marine Le Pen, met in de eerste verkiezingsronde 23,1 procent van de stemmen, heeft dit thema bij de recente Franse verkiezingen slim benut. De pro-Europese Macron had weliswaar 27,8 procent van de stemmen, maar de tweede ronde wordt spannend. De verwachting is dat de stemmen van de ultrarechtse Zemmour (7.1 procent) naar Le Pen gaan. Waar de linkse aanhang van Melenchon (22 procent) op gaat stemmen, is nog onzeker. De Franse democratie komt met deze verkiezingen verder onder druk te staan.

In Nederland hebben we na 299 dagen formeren weer een pro-Europees kabinet. De versplintering van het politieke landschap, de groei van rechtse partijen, het recent geopenbaarde onbetamelijk gedrag van ministers en de opkomst van populisme vraag ook hier om aandacht voor democratische waarden. Een belangrijk instrument voor herstel van koopkracht is het verhogen van inkomens voor minima en lagere middeninkomens.

Een minstens zo belangrijke opgave ligt in het betaalbaar versnellen van de gastransitie.

Uit cijfers van energiebedrijven blijkt dat het aantal mensen dat hun energierekening niet kan betalen fors toeneemt. Niet vreemd gezien het hoge percentage gasaansluitingen. Volgens het CBS betrof dit in 2019 92 procent van de woningen. Ook al zal dit percentage voor 2022 lager liggen, het maakt duidelijk de we voor een forse transitie-opgave staan. Nationaal én mondiaal als we luisteren naar de recente boodschap van het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC). Om de verwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad moeten we de broeikasgassenuitstoot per direct beperken. Het huidige beleid om de uitstoot terug te dringen is volstrekt onvoldoende, aldus het IPCC. De opgave is om veel sneller dan nu te stoppen met het verbranden van kolen, olie en gas. Het Groningse gasveld, tot voor kort één van de grootste velden ter wereld, heeft ruim zestig jaar voor warmte in onze woningen gezorgd. Maar nu is het zaak en tijd om dit zo snel mogelijk af te bouwen. De oorlog in de Oekraïne maakt dit niet eenvoudiger. Eerst zou de Nederlandse gaswinning in 2022 stoppen. Dit is uitgesteld tot 2023-2024.

Geef in de gastransitie prioriteit aan slecht geïsoleerde woningen van minima en lagere middeninkomens

Alles overziend des te belangrijker om niet in 2050 maar eerder de 7 miljoen woningen van het gas af te halen. Met prioriteit voor de minima en lagere middeninkomens. Volgens Natuur en Milieu hebben we op dit moment zo’n 2,7 miljoen slecht geïsoleerde huizen. Uit een onderzoek van dagblad Trouw in samenwerking met Investico in zeven steden kwam naar voren dat juist de huurders van de armste wijken in Nederland het langst moeten wachten op dubbel glas, een geïsoleerde vloer of een nieuw dak. Met als gevolg energieverspilling bij deze bevolkingsgroep. Dit zou samen met de gastransitie als eerste moeten worden aangepakt. Een vraag hierbij is welke nieuwe duurzame energievormen hiervoor in aanmerking komen.

Op dit moment komt een schamele 12,5 procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen. De grootste groei zagen we vorig jaar bij windmolens op zee, gevolgd door zonne-energie en biomassa. Maar zijn dit ook de bronnen voor de gastransitie? De elektriciteitsvoorziening is met wind- en zonne-energie op dreef, maar wat zijn naast zonneboilers verdere mogelijkheden voor het leveren van warmte? Het Nationaal Programma RES werkt samen met dertig regio’s aan de energietransitie. Hierin zien we dat passende energiesoorten, omvang en type netwerken op regionaal- en lokaal niveau verschillen. Warmtebronnen kunnen een belangrijke vervanging van gas zijn. Met alleen bij koud weer een piekbelasting op het elektriciteitsnetwerk. Individuele warmtepompen liggen minder voor de hand omdat, ondanks isolatie er toch meer sprake is van warmteverlies dan bij nieuwbouw. Daarbij levert het een grote druk op het elektriciteitsnet met als gevolg hogere stroomkosten.

Hoge olie- en gasprijzen maken versnelde opschaling groene waterstof ineens aantrekkelijk

Belangrijke duurzame warmtebronnen voor het warmtenet zijn aardwarmte, industriële restwarmte en groen gas (op basis van gemaakt biogas uit natuurlijke restmaterialen). Tot voor kort werd groene waterstof (elektrolyse van water met duurzame elektriciteit) mede door de hoge prijs vooral nog gezien als lange termijn warmteoplossing. Maar met de hoge gasprijzen is het aantrekkelijk om te versnellen. Zeker nu de VVD en D66 inzetten op het verdubbelen van de investeringen in waterstofproductie. Wat meespeelt is dat de op zee opgewekte elektriciteit, die het huidige netwerk nog niet aankan, benut kan worden voor groene waterstof. Investeringen dragen ook bij aan de ambitie om een toonaangevende rol in de Europese waterstoftransitie te spelen. Met waterstof kan immers onze huidige gasrotonde met vele verbindingen met Europa slim worden hergebruikt.

Uit recent onderzoek van TNO kwam naar voren dat 40 procent van de huishoudens de woning ook zonder subsidie duurzaam zou hebben gemaakt. Een extra argument om in de gastransitie prioriteit te geven aan slecht geïsoleerde woningen van minima en lagere middeninkomens. Gekoppeld aan het versterken van de sociale cohesie, lokale economie en het gevoel van welzijn. Dus niet top-down maar in samenspraak met de bewoners. Zo versnellen we de gastransitie, houden we het betaalbaar en wordt positief bijgedragen aan het vertrouwen in onze democratie.

Door Agnes Franzen, strategisch adviseur bij de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) en TU Delft