Drie floppers in het woningbouwdossier en de eerste signalen van bekering

| 2 juli 2020

Het kan verkeren: een rijksbouwmeester die een paar geleden nog riep dat we voldoende woningen hadden in ons land, bekent dat hij ernaast zit. Ook volgens hem moeten er een miljoen woningen bij. Het kan verkeren: op 3 december vorig jaar werd Woonbondvoorzitter Paulus Jansen nog uitgefloten toen hij zei niks te zien in tijdelijke woningen. In de Toekomst van de Woningmarkt (juni 2020) staat een pleidooi van hem voor dit fenomeen. Nummer drie Johan Remkes zei vorig jaar: de woningbouw moet gestopt wegens de stikstofuitstoot. Remkes in juni 2020: woningbouw is belangrijk, maar een concreet werkbaar voorstel voor een drempelwaarde: ho maar. Kortom, twee halve bekeringen en een recidivist.

Wie wint de Flopper Zomerprijs 2020? De drie kandidaten.

1. Floris Alkemade

Onze landelijke bewaker van de stedenbouwkundige inpassing en architectuur, de Rijksbouwmeester, heeft gesproken. Hij kreeg over zijn lippen dat er de komende periode in ons land nog één miljoen nieuwe woningen nodig zijn. Dat vindt toch iedereen, zegt u? Nou, nog maar een paar jaar geleden was deze hoogwaardigheidsbekleder van mening dat we in ons land geen nieuwe woningen meer nodig hadden. We konden volstaan met herverdeling en transformatie van gebouwen met een andere functie. Nog maar kortgeleden was zijn oproep aan ontwikkelaars: ‘Ouwe meuk, weg ermee’, een onverbloemde oproep om te stoppen met het bouwen van nieuwe woningen. In zijn afscheidsperiode, in Coronatalks van de Rijksbouwmeester op 26 juni jl. erkent hij eindelijk dat er een miljoen woningen nodig zijn. Maar hij en anderen in de elite van beleidsmakers zijn er met hun eerdere remgedrag verantwoordelijk voor dat we inmiddels afkoersen op de grootste achterstand in de woningbouw sinds de Tweede Wereldoorlog. Fijn dat Alkemade de illusie dat er geen nieuwbouw meer nodig is, heeft laten varen, en het is te hopen dat zijn andere illusie ‘buitenstedelijk bouwen hebben we niet nodig’ binnenkort ook aan flarden gaan. En vooral hopen we dat zijn opvolger wat meer met de voeten in de klei staat.

2. Paulus Jansen

De tweede kandidaat die in aanmerking komt voor de Flopper Zomerpijs 2020 is Paulus Jansen, de sinds kort teruggetreden voorzitter van de Woonbond. Je zou denken dat een voorzitter van de Woonbond, een huurdersorganisatie, pal staat voor huurders en voor woningzoekenden. Maar dat was even een misrekening. Terwijl in heel Nederland druk wordt gewerkt om woningzoekenden versneld aan een woning te helpen door gebruik te maken van de – kwalitatief inmiddels zeer goed uitgeruste – tijdelijke woningen, keerde Jansen de woningzoekenden de rug toe. In december vorig jaar kreeg hij op een congres van de Provincie Zeeland van alle kanten kritiek om zijn standpunt dat huurders daarmee niet zijn gediend. Ja maar, woningzoekenden dan? Hij kwam er niet uit. Lichtpuntje: ook deze Paulus heeft blijkbaar het licht gezien. In een artikeltje samen met BZK Woningmarktdirecteur Marja Appelman achter in het boekje De Toekomst van de Woningmarkt, mogen tijdelijke of flexwoningen van hem weer wel. Beter laat dan nooit, net als bij de Rijksbouwmeester. Lees overigens dat boekje niet als u snel last hebt van maagzuur bij lectuur die pretendeert diepgang te hebben, maar alleen maar bestaat uit slagen in de lucht.

3. Johan Remkes

En dan Remkes als derde kandidaat voor deze prestigieuze prijs. In zijn eerste stikstofadvies heeft de voorzitter van de naar hem genoemde commissie geen enkele aandacht van betekenis gegeven aan de problematiek van het stilvallen van de woningbouw. In zijn eindadvies van juni 2020 geeft Remkes toe dat de stikstofcrisis de bouw zeer onevenredig heeft benadeeld. Dan komt er nu een robuust advies zou je denken. Maar nee hoor: meer dan een aanbeveling voor een drempelwaarde kan er niet af. En dan nog alleen een drempelwaarde voor de bouwfase, niet eens voor de gebruiksfase. Zelfs de wetenschap dat de bouwsector in zijn geheel slechts voor 0,6 procent bijdraagt aan de stikstofuitstoot, kan Remkes niet tot een concrete, heldere en werkbare drempelwaarde brengen. Een gemiste kans. Stagnatie van de woningbouw zal blijven, behalve in de provincies waar gedeputeerden het lef hebben om het voortouw te nemen voor een ruimer beleid, en in gemeenten waar wethouders de randen van de regelgeving opzoeken.

Binnenkort maken we de winnaar bekend.

Jos Feijtel