Eilandenmentaliteit

| 20 mei 2021

Het zal niemand die de mei-editie van ROm heeft gelezen, zijn ontgaan dat in het hart van het tijdschrift een flitsende artist impression van Hyde Park in Hoofddorp staat. Op deze nieuwbouwlocatie naast het NS-station worden de komende jaren 3.800 appartementen gebouwd voor studenten, starters, tweeverdieners en expats. Ik had de tekening al vaker langs zien komen en ook deze keer heb ik er weer verwonderd naar zitten kijken. Met zijn hoge en dicht op elkaar geplaatste woonblokken en kantoren is de wijk in alle opzichten losgezongen van de rest van de gemeente. Een volwassen stadspark schermt het niet alleen af van de omringende laagbouwwijken, maar contrasteert door zijn hoogstedelijke uitstraling ook scherp met de gemoedelijke buitenwijksfeer die Hoofddorp typeert. Tegelijkertijd is de locatie wel extreem goed met de rest van de metropoolregio verbonden. Schiphol ligt naast de deur en zowel de Zuidas als de Amsterdamse binnenstad liggen per trein op respectievelijk twaalf en twintig minuten weg. De nadruk die de ontwikkelaars daar in hun verkoopmateriaal op leggen, illustreert dat deze nieuwe woonlocatie eerder voor de regio dan Hoofddorp is bedoeld.   

‘Een nieuwbouwwijk die als een komeet in het bestaande weefsel lijkt ingeslagen’

Hyde Park lijkt in opzet en uitstraling als twee druppels water op Holland Park dat vastgoedontwikkelaar Snippe al eerder realiseerde in Amsterdam-Zuidoost. Ook die nieuwbouwwijk lijkt als een komeet in het bestaande weefsel ingeslagen en steekt met zijn grote appartementenblokken scherp af tegen de rijtjeswoningen van Diemen en de nieuwe Bijlmer. Net als in Hyde Park suggereren de grote woonblokken en uitstekende bereikbaarheid een stedelijkheid die er in werkelijkheid niet is. De enclaves missen de levendigheid, diversiteit en onverwachte ontmoetingen die nieuwe ideeën uitlokken en de stad onderscheidt van een willekeurige andere plek.

De populariteit van deze eilandenmentaliteit in de stedenbouw verwondert mij. De vakbladen en relatiemagazines van vastgoedpartijen staan vol pleidooien voor inclusieve stedenbouw, menging van functies en een goede ruimtelijke inpassing. Waar komt dan ineens die hang naar pseudo-stedelijke enclaves vandaan? Volgen ontwikkelaars en gemeenten hier simpelweg de wetten van de markt waarin verscheidenheid en multifunctionaliteit meer gedoe en minder geld oplevert? Of ligt het aan de dwingende milieuregels die functiescheiding bevorderen? Een opvallend en spectaculair ontwerp haalt ook eerder de kolommen van de architectuurbladen dan een zorgvuldig ingepast en bescheiden uitbreidingsplan. 

‘Een stad wordt weinig wijzer van in zichzelf gekeerde nieuwbouwwijken waar buitenstaanders weinig hebben te zoeken’

Ik vraag mij af of we blij moeten zijn met dit nieuwe type woonwijken. Door de extreme krapte op de woningmarkt zullen de woningen wel vol komen. Maar een stad wordt weinig wijzer van in zichzelf gekeerde nieuwbouwwijken waar buitenstaanders weinig hebben te zoeken. Er zijn de afgelopen jaren genoeg andere stadsuitbreidingen gerealiseerd die wél een waardevolle laag aan hun omgeving toevoegen. Gemeenten en ontwikkelaars kunnen zich beter op die voorbeelden oriënteren voor hun volgende gebiedsontwikkeling.

Door Jaco Boer, publicist