Euregio en verstedelijking

| 23 april 2021

Uit het succes van D66 en Volt bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen blijkt dat de ‘Europese gedachte’ nog niet volledig uit Nederland verdwenen is. Ook voor de ruimtelijke ordening is dat een hoopvol gegeven, omdat euregionale planning in sommige perifere delen van Nederland een van de weinige reddingsvesten is waarmee krimpende regio’s zijn vlot te trekken.

Door Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam

Dat geldt zeker voor Zuid-Limburg. Ik was dan ook verheugd met een recent webinar over het opstellen van een euregionale ruimtelijke strategie door het Institut für Städtebau RWTH Aachen en enkele architectenbureaus waaronder het Nederlandse Maurer United Architects (ondersteund door verschillende regionale overheden en samenwerkingsverbanden): Raumstrategie Zuid-Limburg im euregionalen Kontext. Alleen al de juridische en inhoudelijke kennisuitwisseling levert een vruchtbare basis voor bijvoorbeeld herstructurering van industriële landschappen, zoals ENCI in Maastricht, de bruinkolenvelden in het Rheinische Revier), verstedelijkingsstrategieën tussen Maas en Rijn en infrastructurele connectiviteit.

Zo is het bijvoorbeeld een gotspe dat er geen snelle treinverbinding is tussen Heerlen en Aken en verder, naar bijvoorbeeld Keulen. Elsbeth Raedts, adviseur concernstrategie Heerlen, lobbyt al jaren voor zo een verbinding, omdat daarmee de banen over de grens een stuk bereikbaarder worden. Net als de Nederlandse economisch geograaf Marlet wijst ze erop dat de banenbereikbaarheid voor bewoners van Limburg vergeleken met het westen van Nederland beduidend ongunstiger is. Zou de grens wegvallen, dan verkeert deze zuidelijke regio op eenzelfde niveau als datzelfde westen. Maar hoewel de grens amper fysiek zichtbaar is, heeft ze administratief-juridisch de uitstraling van het IJzeren Gordijn.

‘Hoewel de grens amper fysiek zichtbaar is, heeft ze administratief-juridisch de uitstraling van het IJzeren Gordijn’

De trein-lobby heeft (nog) niet veel effect. De recente uitspraak van het statenlid Karin Straus (VVD) tijdens een radio-uitzending van L1 (De Stemming) dat ze geen heil meer ziet in opheffen van de grensbelemmeringen (“dat hebben we geprobeerd, maar heeft niks opgeleverd”), ondermijnt het gevecht van de Gemeente Heerlen. Straus ziet de oplossing voor de krimpregio in de hordes Randstedelingen die, door Covid-19 de schellen van de ogen gevallen, het schone Mergelland opzoeken om vanachter de laptop remote te werken. Een even opportunistische als kansloze ambitie. De enige reden voor Limburgers im Exil om terug te keren naar het zuiden is als de bereikbaarheid van banen razendsnel toeneemt.

Boomtown Aken klotst inmiddels tegen de grenzen van Nederland op. In Vaals zijn twee van de drie bakkers Duits, met Duitssprekende bediening. De slijterij aldaar geeft in het Duits een mooie uitleg over verleidelijke Duitse wijnen. Waar ook maar mogelijk sijpelt de agglomeratie Aken nu al door de keerwallen. Het functioneel, juridische en administratief laten versmelten van ‘natuurlijke’ economische ontwikkelingen in deze euregio, en dan heb ik het nog niet gehad over de relaties met Luik en Hasselt – wat tijdens het webinar wel gebeurde, biedt meer perspectief op sociaaleconomische welvaart dan de Nederlandse spreidingspolitiek, die in de jaren ’70 en daaropvolgend zonder effect bleef, maar nu weer nieuw leven wordt ingeblazen door ideologen zonder historisch besef.

Elsbeth Raedt voorziet in Heerlen een toekomst als het Berlijn van Nederland. Dat lijkt me wat te hoog gegrepen. Maar een rol als het Neuköln van Aken zit er zeker in: aantrekkelijk voor studenten en kunstenaars. Als de grensbelemmeringen maar verdwijnen.