Flexibel werken is als studeren

| 18 november 2021

Wie regelmatig op de weg zit merkt dat het wegverkeer de laatste weken flink is toegenomen en dat aantal en omvang van de files weer groter worden. Wie bijvoorbeeld regelmatig Eindhoven moet ronden weet dat het verkeer er stuwt, bijna alle momenten van de dag en week. Dat zegt iets over de economische potentie van Eindhoven en het zegt iets over de adaptatie van ‘thuis werken’. Natuurlijk kan niet iedereen thuis werken, maar de aard van de Nederlandse en met name stedelijke economieën is toch dat een substantieel aandeel van het werk thuis plaats kan vinden.

Waarom wordt de in coronatijden ontdekte gemakkelijke keuze om thuis te werken wat aarzelend omarmd? Thuis werken heeft immers vele voordelen: hogere productiviteit, minder tijdrovend woon-werk verkeer, minder uitstoot en meer zelfbeschikking over de dagindeling. Daar zijn een aantal redenen voor aan te geven: leeftijd, huishoudensamenstelling, woonsituatie, en de al genoemde aard van het werk.

Maar er is nog een ander zeer relevant aspect dat The Economist voor het voetlicht bracht: de rol van managers (Why executives like the office, 6 november 2021). Er worden drie verklaringen voor het terugkeren naar kantoor aan managers toegedicht: een cynische, een gangbare en een onderschatte.

De eerste betreft de status van managers. Die is in mooiere kamers, op hogere verdiepingen, en met hoogpoliger tapijt veel voelbaarder voor de ondergeschikten. Dat is wat anders dan Zoom-conferences waar het enig machtsmiddel van de manager is dat hij anderen ‘on mute’ kan zetten.

Een tweede, serieuzere, is dat managers de overtuiging hebben dat werken op kantoor het ‘corporate community’ gevoel bevordert en het creatieve proces stimuleert. Dat is ontegenzeggelijk waar. Maar ‘digital first’ (zoals bijvoorbeeld de RABO tijdens de corona hoogtijdagen structureel geïntroduceerd heeft) betekent niet ‘never in person’. Er zijn genoeg werkzaamheden die thuis uitgevoerd kunnen worden zonder dat dit het interactieproces hoeft te dwarsbomen of het corporate gevoel te ondermijnen, aldus The Economist.

Wonen op afstand is voor studie en werk meer dan suboptimaal!


De onderschatte verklaring is dat managers hun eigen succesvolle carrière juist toedichten een hun permanente aanwezigheid op de werkvloer. Zij zijn de laatsten die aanwezigheid op kantoor in twijfel zullen trekken. Zo ging dat namelijk in pré-corona tijden. Dit is een serieus en structureel probleem dat nieuwe inzichten van en aanpassingen door het management in de weg staat. Terwijl ‘remote work’ toch niet echt iets nieuws is en zelfs niet noodzakelijkerwijs verbonden is met een snel digitaliserende wereld.

Al eerder schreef ik op dit platform dat in het begin van het industrialisatieproces, de vroege decennia van de 19de eeuw met een overwegend agrarische economie, meer dan 40 procent van de totale Amerikaanse beroepsbevolking vanuit huis werkte. Pas in 1914 werkte de meerderheid daarvan in een kantoor of fabriek.

Maar ook tijdens de studententijd, ‘toen’ en in het huidige digitale tijdperk, werken studenten ‘remote’ en flexibel. Colleges en werkgroepen op de universiteit, werken aan opdrachten thuis of in bieb of Starbucks, creatieve momenten met medestudenten of derden in het park of in de kroeg. Op welk moment van de dag dan ook. Als je de deadline maar haalt, alles onder eigen verantwoordelijkheid. Veel verschil met geïnstitutionaliseerd thuiswerken is er niet.

Een belangrijke ruimtelijke vereiste daarvoor is dan tevens een noodzakelijke: je moet dicht bij universiteit (kantoor) en medestudenten (collega’s) wonen. Wonen op afstand is voor studie en werk meer dan suboptimaal!

Door Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam en publicist