Hebben welstandscommissies hun langste tijd gehad?

| 10 september 2021

De architectenwereld is een gesloten bolwerk, en welstandscommissies zouden niet louter uit architecten of architectuurhistorici moeten bestaan, analyseert Jos Gadet. Hoe het ook kan, zien we bij het Maankwartier in Heerlen. Daar ging kunstenaar Michiel Huisman de strijd aan met de gevestigde orde, met resultaat.

Mijn ervaringen met de Amsterdamse variant van een welstandscommissie, de Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (CIRK), zijn droevig stemmend. Een van de adviezen luidde bijvoorbeeld: ‘Een typologie van gesloten bouwblokken doorbreekt dat [naoorlogs functionalistisch stedelijk weefsel] weer en ligt hier dus niet voor de hand. Een ontwikkeling in de vorm van losse, paviljoenachtige gebouwen in een doorlopende groene omgeving sluit beter aan op de parkgedachte …’.

Een ander was dat een verdichtingsproject werd afgewezen omdat het ‘… qua status in zijn geheel binnen het door het Rijk aangewezen Nationaal Aandachtsgebied Westelijke Tuinsteden [valt] en ruimtelijk deel uitmaakt van het dun bebouwde veld rond de rotonde.’

In beide gevallen betreft het gebieden die om verdichting schreeuwen, op drie respectievelijk vier kilometer van de Dam. Het op deze plekken, zestig jaar na de aanklacht van Jane Jacobs tegen de onzin van Le Corbusier en de tuinstad, torpederen van stedelijke verdichting omdat de plekken zich eigenen voor paviljoens in het groen, is een gotspe.

Is deze bespottelijkheid een uitzondering? Helaas niet. In zijn Maankwartier. Het wonder van Heerlen gaat Joos Philippens dieper in op de frustrerende werking van navelstarende architectenwereld. In deze buitengewoon toegankelijke, rijk en mooi geïllustreerde en als een thriller gepresenteerde ‘biografie van het Maankwartier’, beschrijft hij en passant het lijdensverhaal van kunstenaar en supervisor Michiel Huisman, die aanvankelijk als een Don Quichot de strijd aangaat met de arrogante architectenwereld, vuilbekkende ondernemers, cynische ontwikkelaars, zich op het laatste moment terugtrekkende investeerders, en een onwillige NS.

De architectenwereld is als een gesloten bolwerk


Vooral architecten zijn, tot op de dag van vandaag, zeer kritisch. Philippens beschrijft aanstekelijk de rol van voormalig Rijksbouwmeester Jo Coenen. Hij ziet de houding van Coenen als een blijk van onmacht. Coenen had eerder zelf een plan voor het stationsgebied ingediend, werd in de tussentijd Rijksbouwmeester maar bleef ook zijn eigen bureau houden. Niet gemakkelijk te combineren activiteiten.

Dan komt ene Michiel Huisman, een kunstenaar notabene, vanachter een gordijn tevoorschijn met een incourant plan. Coenen is not amused. Dat Huisman geen architect is, blijkt voor veel architecten een onvoorwaardelijke reden het ontwerp van het Maankwartier niet serieus te nemen. De architectuurwereld als een gesloten bolwerk, dat geen indringers als de kunstenaar Huisman toelaat. Nico Nelissen, emeritus hoogleraar bouwkunde, noemt deze houding probleemkolonisatie en de achilleshiel van de architectuur.

Het Maankwartier in Heerlen, beeld door Weller

Het Maankwartier komt er, na 17 jaar, uiteindelijk toch. Van de oorspronkelijke maquette is 95 procent overeind gebleven. Een ongelooflijke prestatie, deels als gevolg van het buitenspel zetten van de Welstandscommissie. Philippens analyseerde de tegensputterde welstandscommissie in Heerlen. Het komt erop neer dat het modernisme in Heerlen een bloeitijd heeft gekend van 1930 tot 1962.

Die periode is min op meer heilig verklaard. Heerlen werd de stad van het modernisme. Maar dat was één van de vele perioden. In de jaren ’70 en ’80 is er op die bloeitijd voortgeborduurd door architecten die de schoenveters van de architect Frits Peutz, die vijf wonderschone modernistische gebouwen in Heerlen heeft neergezet waaronder het Glaspaleis, niet zouden mogen strikken. Het centrum van Heerlen werd een gribus. Die hoogtijdagen van het modernisme zitten volgens Philippens nog steeds in het hoofd van de Welstandscommissie. Meedenken over stedelijke ontwikkeling zit er niet in. Voor het gemeentebestuur reden de commissie in het Maankwartier project buitenspel te zetten.

Meedenken over de stedelijke ontwikkelingsmogelijkheden zit er ook, op basis van mijn ervaringen, bij het CIRK niet in. Ook daar is het modernisme, met name het overgewaardeerde Algemeen Uitbreidingsplan, nog steeds bron van adviezen. Overgewaardeerd omdat de dynamiek van de sociaaleconomische stad niet kan wortelen in een gefixeerde oriëntatie op dat AUP.

Welstandscommissies zouden niet louter uit architecten of architectuurhistorici moeten bestaan


Hebben welstandscommissies hun langste tijd gehad? Welnee, maar er moet wel wat veranderen. Om probleemkolonisatie te voorkomen zouden een meedenkende Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit en andere Welstandcommissies niet louter uit architecten of architectuurhistorici moeten bestaan, maar worden uitgebreid met stadsgeografen, ruimtelijk economen, omgevingspsychologen en ja, kunstenaars.

Om daar goed van doordrongen te raken is het lezen van Maankwartier. Wonder van Heerlen een must voor iedereen die bij projectontwikkeling betrokken is: ontwikkelaars, geografen, sociologen, stedenbouwers en architecten.

Door Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam en publicist