Het belang van restaurants in de ontwikkeling tot stedeling

| 21 januari 2022

De zoveelste lockdown brengt de horecaondernemers in een lastig parket. En ook voor de consumenten is er veel te verliezen. Sociaalpsychologen wijzen steeds krachtiger op de ontwikkeling van scholieren en studenten voor wie twee jaren van sociale onthouding negatieve effecten kan hebben op hun toekomstige persoonlijkheid. Die sociale onthouding is niet enkel een gevolg van het online-onderwijs ‘genieten’, maar ook van het elkaar niet kunnen ontmoeten in de publieke binnenruimte, waaronder de horeca.

In mijn proefschrift van ruim twintig jaar geleden naar de betekenis van stedelijkheid voor jonge alleenwonenden, concludeerde ik dat studenten de horecagelegenheden in de buurt van de universitaire instellingen bezochten om medestudenten te ontmoeten, en om vandaar uit de stad te exploreren. Zij gebruiken de horeca ‘om stedeling te worden’. De gelegenheden waar werkers elkaar ontmoetten waren wat meer gespreid over de stad, maar bevonden zich toch voornamelijk in de centrale delen daarvan. Voor hen was de horeca de plek waar zij zich als ‘stedeling konden etaleren’. De cafés en restaurants waar de bohemiens zich ophielden vertoonden de grootste spreiding over de stad. Deze plekken gebruikten zij om zich ‘stedeling te voelen’ (Publieke ruimte, parochiale plekken en passantenopenbaarheid). Baudelaire zei het al, restaurants en cafés vormen de ‘natuurlijke habitat’ van de flaneur, de wandelende stedeling. 

‘Restaurants en cafés vormen de “natuurlijke habitat” van de flaneur, de wandelende stedeling’ (Baudelaire)


Er is vooralsnog geen aanleiding te veronderstellen dat gebruik en betekenis van het publieke interieur voor deze groepen is veranderd. Dat betekent dat de lockdowns jongeren in de stad belemmeren zich als stedeling te ontwikkelen, te etaleren en te voelen. Met naar alle waarschijnlijkheid beperkende sociaaleconomische gevolgen van dien.

Het restaurant is vergeleken met de tijden van Baudelaire nog belangrijker geworden. Volgens The Economist is de explosieve groei van het aantal eetgelegenheden en het gebruik ervan een gevolg van migratie, nieuwe huishoudtypen en de kenniseconomie. Globalisering leidt tot mondiale bewegingen, ook van ‘keukens’, en dus tot een diverser aanbod van restaurants wat de nieuwsgierigheid en keuzemogelijkheden van consumenten vergroot. De komst van nieuwe huishoudens als alleenwonenden en tweeverdieners resulteert in toenemende uithuizigheid, met name in de horeca. Kenniswerkers tenslotte werken niet van 9 tot 5, maar langer en meer gespreid over de dag, en worden goed beloond, wat de gang naar het restaurant meer alledaags maakt (The Pleasure of the Table. An economic history of the restaurant).

Corona en de opmars van flitsbezorging maken het restaurant nog meer tot ontmoetingsplek van de stedeling


Wat zullen de lange termijneffecten zijn van corona op het restaurantbezoek? Stedelingen hebben de take away en flitsbezorging ontdekt. Uber Eats draait overuren. Sommigen hebben het zelf koken ontdekt en ontwikkelen een liefde voor koken voor anderen. Rick Vermeulen en ik concludeerden eerder al dat door verruiming van de (online) keuzemogelijkheden de fysieke plekken (i.c. restaurants) zich nog meer moeten onderscheiden in aantrekkelijkheid en comfort (De stad na corona. Over de toegenomen keuzevrijheid en het belang van openbare ruimte en vitale buurten).

Onze bevindingen opgeteld bij die van The Economist rechtvaardigen de stelling dat restaurants nog verder weg glijden zullen van hun utilitaire model (het zorgen voor voedsel) en nog meer benadrukken dat zij de plekken bij uitstek zijn voor “… those who need to eat a taste of romance, glamour, love and city-life”.

Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de Gemeente Amsterdam, publicist