Hoe Flevoland wél windmolens kan bouwen

| 20 mei 2021

Waar elders in het land felle discussies spelen rond de plaatsing van nieuwe hoge windmolens zitten de plannen voor de windparken Groen en Blauw in oostelijk Flevoland inmiddels in de uitvoeringsfase. De tegenstand is nagenoeg overwonnen, de landschappelijke inpassing wordt er beter op, burgers zijn nauw bij de uitvoering betrokken en kunnen ook participeren. Over het ‘geheim’ van de Flevolandse aanpak.

Door Marcel Bayer. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm. Neem een thuisabonnement

De eerste succesfactor, meteen al bij de start van het proces, is dat Provincie Flevoland en de gemeenten Dronten, Lelystad en Zeewolde samen optrokken met het plan voor een grootschalige sanering en opschaling van windturbines in Flevoland. Met als doel meer duurzame energie opwekken met minder molens. Zo kon de provincie voldoen aan de opgave windenergie van de landelijke overheid en tegelijkertijd zorgen voor een mooier landschap en versterking van de regionale economie.

De lagere overheden wachtten niet tot het Rijk kwam met een Rijkscoördinatieregeling, maar schreven samen eerst een visie. Met daarin duidelijke voorwaarden voor de vergunningverlening zoals voor de wijze waarop de omgeving bij de plannen moest worden betrokken. Het Regioplan Windenergie is in juli 2016 al vastgesteld door Provinciale Staten en de gemeenteraden. Vervolgens is gewerkt aan het ruimtelijke inpassingstraject.

Eerst de visie

Van begin af aan hebben de gezamenlijke overheden gewerkt aan een strategie en eenduidige criteria voor de inpassing van eventuele windplannen. ‘Want dat die gingen komen, daar konden we van uitgaan’, zegt Berto Smit, namens Gemeente Dronten ambtelijk opdrachtgever voor het projectbureau Wind van de drie Flevolandse gemeenten.

‘We waren het er heel snel over eens dat we eerst een visie moesten hebben op hoe we de windmolens ruimtelijk zouden inpassen en hoe we de participatie zouden regelen. Flevoland is opgegroeid met windenergie. Dat maakt dat de discussie hier niet zozeer gaat over wel of geen windenergie, maar over waar je de molens plaatst en hoe je ermee omgaat. De manier waarop dat in het verleden was gebeurd, daar waren we toch niet gelukkig mee.’

Smit wijst op de vrij willekeurige plaatsing van windmolens, de verschillende typen en formaten, en het feit dat de lasten en baten heel ongelijk verdeeld waren. Er waren boeren voor wie de molen een lucratieve businesscase was, terwijl de buurman er tegenaan zat te kijken en er last van had. In het Regioplan Windenergie staan sanering en opschaling dan ook centraal, naast een gedegen landschappelijk plan, een gebiedsgebonden bijdrage en duidelijke burgerparticipatie.

In het Regioplan Windenergie staan sanering en opschaling centraal

Voor de uitvoering werd een apart projectbureau opgericht, waarin de overheden vertegenwoordigd waren maar waarin kennis van buiten werd aangetrokken om het proces van het onderhandelen met de initiatiefnemers tot de vergunningverlening goed te managen.

‘We wilden als Zeewolde, Lelystad en Dronten eenheid hebben in datgene wat wij vanuit het regioplan hadden bedacht. Daarnaast moesten we ervoor zorgen dat onze backoffice niet overbelast zou raken met plannen en vergunningaanvragen van allerlei partijen’, zo vat Smit het samen.

Bron: Provincie Flevoland

Projectbureau als interface

Het projectbureau fungeert als een frontoffice voor Windpark Groen, Windpark Blauw en Windpark Zeewolde, beoordeelt of initiatieven voldoen aan wat er in het regioplan is afgesproken en begeleidt het vergunningentraject, het planproces en de participatie.

Extern projectleider is Johan van de Heijning, die namens Antea Group al eerder betrokken was bij het opstellen van het beleidskader voor het regioplan. Hij noemt het projectbureau een soort van ‘interface’ tussen de gemeentelijke organisatie en de externe partijen. Voor de initiatiefnemers als de Windkoepel Groen, Vattenfall en SwifterwinT fungeerde het projectbureau als aanspreekpunt. Maar ook voor het Rijk.

‘De procedures zijn ingewikkeld en als relatief kleine gemeente kun je je snel overruled voelen door het hogere nationale belang en het marktbelang van grote energieproducenten’, aldus Van de Heijning. ‘Het probleem met dergelijke grootschalige infrastructuur is dat het tegelijkertijd een openbare nutsvoorziening is die je vanuit het algemeen belang moet kunnen aanleggen, en een lokale gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om coördinatie. Als kleine gemeente kun je dit niet alleen. Wat betreft kennis en menskracht sta je meteen al 3-0 achter. Dankzij een gezamenlijk team uit Dronten en Lelystad, met daarin een planoloog, een jurist, een landschapsadviseur en communicatiemedewerker aangevuld met experts van Antea Group, Peregrine en Stibbe, en de nodige bestuurlijke ruggensteun uit de stuurgroep konden we voorkomen dat het Rijk er met de initiatiefnemer vandoor ging. De lessen uit Zuidoost-Groningen en Noordoost-Drenthe waren voor ons duidelijk.’

‘Als kleine gemeente kun je dit niet alleen’

Dankzij het projectbureau was het vergunningenproces goed te managen en kon beter worden ingespeeld op veranderende inzichten. Zo hadden nieuwe veiligheidscontouren van Lelystad Airport en de verandering van vliegroutes gevolgen voor de windmolenlocaties bij Biddinghuizen. Dat had consequenties voor een aantal voorziene locaties met als gevolg dat in totaal zo’n twintig windmolens op andere plekken moesten komen. Een aantal molens kwamen toen dichter op de bebouwing van bijvoorbeeld Biddinghuizen te staan dan oorspronkelijk gepland.

Dan is het handig als de kennis van de gemeenten en de provincie op één plek is gebundeld, benadrukt Smit. ‘Niet alleen naar buiten toe, bijvoorbeeld in het contact met Defensie over de effecten van de molens voor de radar van Nieuw-Millingen, maar ook in de communicatie met de omgeving. En niet te vergeten in de informatievoorziening naar de gemeentebesturen. Het projectbureau is écht een gouden zet geweest.’

Smit noemt de rol van de provincie ‘heel belangrijk’, in de zin dat die voorkwam dat initiatiefnemers via ‘de achterdeur’, dus via het ministerie van EZK en gebruikmakend van de Rijkscoördinatieregeling ‘binnen konden komen’. ‘Gedurende het hele proces zijn we elkaar blijven vasthouden. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat EZK ons ook de ruimte heeft geboden om eerst de visie vast te stellen.’

Bron: Pondera Consult

Draagvlak in de omgeving

Vanuit het projectbureau kreeg de landschappelijke inpassing en de burgerparticipatie veel aandacht. ‘Onze focus lag de afgelopen jaren vooral op het draagvlak krijgen in het buitengebied’, geeft projectleider Van de Heijning zelfs aan. Molenaars en niet-molenaars bij elkaar brengen, vat hij het kernachtig samen. ‘Daar zit een hele dynamiek achter van belangen. Je brengt bestaande eigenaren in een sterke positie. Daarnaast moeten ook andere dan turbinehouders op gelijkwaardige voet mee kunnen. In Flevoland waren het in het verleden vooral de boeren, al dan niet in coöperatief verband, die de initiatieven namen. Dat creëerde ook tweespalt met de mensen die er last van hadden en er alleen maar tegenaan zaten te kijken.’

‘Samenwerking als een kans om mensen in Oostelijk Flevoland weer te verbinden’

Dat de nieuwe windplannen zullen zorgen voor een fraaiere inpassing in het landschap, passend bij het beeld van de lange lijnen in de polders, draagt bij aan een groter draagvlak. Maar vooral de verplichte gebiedsgebonden bijdrage door de windinvesteerders valt bij boeren en burgers in goede aarde. ‘In het verleden heeft windenergie meerdere mensen veel goeds gebracht, maar er zijn ook verhoudingen verstoord en het heeft mensen van elkaar verwijderd’, zegt Els van den Dries. Ze is mede-eigenaar van een biologisch akker- en tuinbouwbedrijf in Dronten en bestuurslid van Windshare, een vereniging met als doel de participatie te bevorderen van bewoners in nieuwe windenergieprojecten in Flevoland. ‘Iedereen in het buitengebied van Oostelijk Flevoland die dat wil, kan nu wel participeren. Ik vind samenwerking een kans om mensen in Oostelijk Flevoland weer te verbinden’, vertelt ze.

Windshare overlegt met Windkoepel Groen, de initiatiefnemer van Windplan Groen, over de participatie. Van den Dries daarover: ‘Het is een positieve samenwerking. De gesprekken zijn opbouwend en we komen samen verder.’

Participatie

De manier hoe de participatie vorm krijgt, daar bemoeit het projectbureau zich niet mee. Wel dát het gebeurt. ‘We hebben daar behoorlijk wat tijd en energie ingestopt’, aldus ambtelijk opdrachtgever Smit. ‘Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat betrokkenen en belanghebbenden zich gingen organiseren als formele gesprekpartner voor de initiatiefnemers. Zo zijn die nu samen bezig met het vormgeven en uitwerken van de gebiedsgebonden bijdrage. Het gaat om substantiële bedragen hoor: 1050 euro per opgesteld megawattvermogen op jaarbasis. Er wordt nu gewerkt aan de governance om het gebiedsgebonden budget te gaan inzetten. Het is geld van het gebied, niet van de overheid. Dit betekent goed nadenken over de wijze van verdelen van de middelen en het beoordelen van de gebiedsinitiatieven. Gemeente Dronten faciliteert dit proces. In de loop van dit jaar vindt hierover besluitvorming plaats.’

Vijf procent van het geïnvesteerd kapitaal open voor deelnemers uit het gebied

Een andere afspraak in het Regioplan Windenergie was dat vijf procent van het geïnvesteerde kapitaal open moet staan voor mensen uit het gebied die daarin willen beleggen. Smit legt uit: ‘In de vorm van obligaties dus. Ik meen dat voor Windplan Blauw op dit moment zo’n tien miljoen euro is opgehaald. Voor Windplan Groen zijn ze aan het nadenken over hoe ze het gaan vormgeven.’

Al met al zijn met de windplannen de afgelopen vijf jaar stevige stappen gezet van visie naar uitvoering. Voor de windplannen Groen en Blauw liggen er vastgestelde rijksinpassingsplannen, allebei gedragen door het gehele buitengebied. Bij Windplan Blauw was er aanvankelijk hardnekkig verzet vanuit de bewonersgroep De Windbrekers. Dit verzet is er nog steeds wel. De belangen liggen niet op een lijn.

Ondanks de onherroepelijke vergunning zien sommige inwoners toch liever dat molens verplaatst of niet gebouwd worden. Vanzelfsprekend zijn dit de molens die het dichtst op het dorp staan. Na tussenkomst met een externe mediator hebben Gemeente Dronten en de actiegroep samengewerkt aan betere informatievoorziening richting de bevolking, over onder meer de participatie en de planschaderegelingen. Zo is er vorig jaar een gezamenlijke informatiekrant verspreid.

Voor het rijksinpassingsplan ten behoeve van Windplan Groen liep er nog wel een procedure bij de Raad van State, maar sinds deze de bezwaren afgelopen december ongegrond verklaarde, is deze onherroepelijk. Hetzelfde geldt voor het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen.

Projectleider Van de Heijning noemt het uniek hoe de energietransitie wat betreft de elektriciteitsopgave in Flevoland vorm krijgt. ‘Gemeenten en provincie kunnen dus zelf het initiatief nemen en houden binnen de Rijkscoördinatieregeling. Dat is een belangrijke les nu in het hele land de RES’en (Regionale Energie Strategieën, red.) naar de uitwerkingsfase gaan.’

Smit signaleert toch als hardnekkig dilemma dat je in de strategische visiefase en bij de PlanMER vrijwel uitsluitend de landschaps- en milieugroepen aan tafel krijgt, de usual suspect’ zeg maar. Pas als de ruimtelijke planprocedures volgen, gaan de ‘gewone’ burgers reageren. ‘Wat je ook probeert, het blijft best moeilijk’, erkent hij. ‘En misschien wel logisch, want bij een ontwerpbestemmingsplan wordt het voor de mensen écht concreet. Toch zou ik de volgende keer de bewoners eerder en nog intensiever bij de visievorming willen betrekken.’

Windplannen Flevoland
In Zuid- en Oost-Flevoland zijn vier gebieden gemarkeerd waar initiatiefnemers windparken kunnen ontwikkelen volgens de lijnen uitgezet in het Regioplan Windenergie. Op basis van de drie principes meer met minder, mooier en meedoen hebben de provincie en de gemeenten de nieuwe lijn uitgezet voor windenergie in Flevoland. Ook inwoners, ondernemers en de windparken dachten en denken daarin mee. Inmiddels zijn de windparken Sternweg, Alexia en Noordoostpolder gebouwd volgens de nieuwe filosofie. Verder worden Windpark Zeewolde, Windplan Groen en Windplan Blauw ook ontwikkeld via de principes uit het Regioplan.
Windpark Zeewolde b.v. bouwt op dit moment het grootste windpark en het grootste gemeenschapswindproject van Europa in het buitengebied van de gemeente Zeewolde, ten oosten van Almere. In dit gebied van ruim 300 vierkante kilometer is meer dan 90 procent van de boeren, bewoners en ondernemers aandeelhouder. Samen zorgen ze ervoor dat de 220 solitaire molens die momenteel in het gebied staan, vervangen worden door 83 grote molens in lijnopstellingen. De molens van Windpark Zeewolde b.v. zijn onderdeel van het grotere windpark Zeewolde, gezamenlijk met Pure Energie en Eneco, die nog 8 windmolens bouwen. In totaal omvat Windpark Zeewolde 91 windmolens.
Windplan Groen is een plan van meerdere initiatiefnemers, verzameld in Windkoepel Groen, om 90 nieuwe windturbines in de noordoosthoek van Flevoland, in de gemeenten Dronten en Lelystad, te realiseren. Ze moeten voorzien in circa 500 MW aan duurzame energie. Tegelijkertijd worden 98 bestaande windturbines in het projectgebied gesaneerd.
Windplan Blauw, in het noorden van Flevoland bij de gemeenten Dronten en Lelystad, realiseren Vattenfall en SwifterwinT 61 grotere windturbines die de bestaande 74 windmolens gaan vervangen. Het totaal vermogen bedraagt circa 250 MW. De bouw begint dit jaar.