Provincies nemen voortouw in omgang met cultuurhistorie van de kust
Kiezen voor karakter

| 18 maart 2015
De enige buitendijkse zoetwaterbron van Zeeland ligt er ongeschonden bij alsof er in zijn omgeving niets is gebeurd.   Beeld RCE

De enige buitendijkse zoetwaterbron van Zeeland ligt er ongeschonden bij alsof er in zijn omgeving niets is gebeurd. Beeld RCE

De Nederlandse kust bestaat uit een lange lijn van dijken, duinen en dammen waarachter gebieden met een eigen karakter en sfeer liggen. Het masterplan Kust en Erfgoed geeft handvatten hoe provincies en gemeenten bij ruimtelijke veranderingen met cultuurhistorie en erfgoed om kunnen gaan. In Zeeland, Noord-Holland en Zuid-Holland hebben ze er al ervaring mee.

Erfgoed en ruimte
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkt sinds 2012 vanuit de ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ aan het verbinden van actuele ruimtelijke opgaven met de historische identiteit van gebieden. De RCE zet graag haar kennis, menskracht en middelen in om samen met andere partijen de kwaliteiten van ons erfgoed optimaal te benutten. ROmagazine doet er verslag van.

Wie bij het buurtschap De Sluis op Sint Philipsland over de dijk fietst, kan de Bruinisser Stelberg niet missen. De drinkput met zijn ronde wallen onderaan het talud heeft wel iets weg van een meertje in een miniatuur vulkaankrater. In werkelijkheid was deze ‘hollestelle’ al in de Middeleeuwen een geliefde plek voor herders om zich bij hoogwater op terug te trekken. Het gat dat ze groeven in de verhoging, werd een verzamelbekken voor regenwater waaruit de schapen konden drinken. Toen de dijk in 2009 moest worden vernieuwd, was het voor iedereen duidelijk dat dit cultuurhistorisch monument niet onder de werkzaamheden mocht lijden. Dat is de aannemers gelukt: de enige buitendijkse zoetwaterbron van Zeeland ligt er ongeschonden bij alsof er in zijn omgeving niets is gebeurd.

Cultuurhistorische gebiedsanalyse
De hollestelle op Sint Philipsland is niet het enige element van cultuurhistorische waarde dat kon worden behouden bij de recente versteviging van 325 kilometer Zeeuwse dijk. Rijkswaterstaat en Waterschap Scheldestromen zetten zich al sinds 1997 binnen het projectbureau Zeeweringen in om belangrijke objecten te kunnen behouden en te integreren in nieuwe dijkontwerpen. Dat heeft in een aantal gevallen geleid tot verrassende oplossingen. Langs de Ooster- en Westerschelde bleven verschillende landbouwhaventjes behouden door niet de strekdammen van de haven maar de dijk erachter te versterken. In Hoedekenskerke werd voor de vernieuwing van de zeewering zelfs een oud wachtlokaal van het veer naar Terneuzen in zijn geheel enkele tientallen meters verplaatst.

De manier waarop Rijkswaterstaat en Waterschap Scheldestromen omgaan met cultuurhistorisch erfgoed bij de versterking van zeeweringen past naadloos in de lange termijnvisie voor de Nederlandse kust die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de gezamenlijke kustprovincies afgelopen najaar presenteerden. In dit masterplan Kust en Erfgoed is onderzocht welke rol cultuurhistorie kan spelen in ruimtelijke plannen voor de vernieuwing van de kustzone. Het eerste deel van dit rapport bestaat uit een gebiedsanalyse met gedetailleerde informatie over de cultuurhistorische kenmerken van de verschillende kustgebieden. Vervolgens hebben de makers voor deze delen concrete suggesties gedaan voor de integratie van cultuurhistorie in ruimtelijke plannen waarbij vooral is gekeken naar het Deltaprogramma Kust.

In Hoedekenskerke werd voor de vernieuwing van de zeewering  zelfs een oud wachtlokaal van het veer naar Terneuzen in zijn geheel enkele tientallen meters verplaatst.    Beeld RCE

In Hoedekenskerke werd voor de vernieuwing van de zeewering zelfs een oud wachtlokaal van het veer naar Terneuzen in zijn geheel enkele tientallen meters verplaatst. Beeld RCE

Toeristische profilering
Beleidsspecialist Waterveiligheid Erik Schumacher van de Provincie Zeeland is blij met het masterplan en ziet het als een steun in de rug voor het provinciale beleid rond cultuurhistorie en waterveiligheid. Hij haalt er een aantal interessante suggesties uit. ‘De opstellers pleiten voor een grotere zichtbaarheid van de kazematten en bunkers rond Vlissingen. Ze stellen ook dat de binnenstad beter met de scheepswerf aan de Westerschelde verbonden zou kunnen worden. Dat vind ik goede ideeën.’ Tegelijkertijd ziet hij weinig in het pleidooi voor grotere contrasten bij de overgang van land naar water. ‘Wij kiezen vanuit waterveiligheid juist vaker voor een zandige oplossing onder het motto ‘zacht als het kan, hard als het moet’. Ik heb er dan ook geen probleem mee als er zand tegen de Brouwersdam of de Veerse Dam aan wordt gelegd. Vanuit toeristisch-recreatief oogpunt is dat ook interessant.’

De slag om de vakantieganger wordt steeds sterker

In Noord-Holland is er ook veel draagvlak voor het inbedden van cultuurhistorie in de ruimtelijke planontwikkeling langs de kust. In het gebied liggen er vanuit het Deltaprogramma Kust tot 2050 geen grote veiligheidsopgaven meer. De enige zwakke schakel die er nog was – de Hondsbossche en Pettemer Zeewering – wordt op dit moment aangepakt via zandsuppleties. De komende jaren ziet gedeputeerde Joke Geldhof van Water en Wonen voor het cultureel erfgoed dan ook vooral een rol weggelegd in de toeristische profilering van de badplaatsen. ‘De kust is nu nog een belangrijke trekpleister met veel werkgelegenheid. Maar de slag om de vakantieganger wordt steeds sterker. Als badplaats moet je blijven vernieuwen. Je eigen karakteristieken en kwaliteiten zijn dan hét middel om je van anderen te onderscheiden. Neem nu een dorp als Bergen met zijn rijke kunstenaarsverleden. Dat zou je in de ontwikkeling en marketing van de plaats veel meer tot uitdrukking kunnen laten komen.’

Samenhang benadrukken
Als voorzitter van het Landelijk Overleg Kust is Geldhof van plan om het masterplan onder de aandacht van zoveel mogelijk betrokkenen te brengen. De Landelijke Kustdagen zijn daarvoor een uitstekend moment. ‘Iedereen die op een of andere manier bij de ontwikkeling van de kust is betrokken, komt daar naar toe.‘ Zo’n provincieoverstijgend evenement is een goede plek om grotere cultuurhistorische structuren, zoals de Atlantikwall, in de schijnwerpers te zetten. Deze Duitse verdedigingslinie werd in de Tweede Wereldoorlog aangelegd om een aanval uit het westen af te kunnen slaan. Op veel plekken langs de Nederlandse kust liggen nog bunkers, loopgraven en anti-tankwallen die deze belangrijke periode in de geschiedenis van ons land tastbaar maken.

JVH23289
De opstellers van het masterplan pleiten ervoor om deze restanten van de linie meer als een samenhangend geheel te presenteren en waar mogelijk een nieuwe bestemming te geven. Een eerste stap in deze richting is de film die op dit moment in opdracht van de gezamenlijke kustprovincies over de Atlantikwall wordt gemaakt. Thea de Langen van het Erfgoedhuis Zuid-Hollland legt uit dat hierin aandacht zal zijn voor de grote consequenties die de bouw voor de kustplaatsen had. ‘Veel huizen langs de boulevards moesten wijken voor de bunkers en anti-tankwallen. Complete families zijn daarop bijvoorbeeld naar Overijssel vertrokken.‘ De film, die deze zomer in première gaat, bestaat grotendeels uit unieke archiefopnamen en fragmenten uit privécollecties van kustbewoners. ‘Het is een van de laatste kansen om verhalen van ooggetuigen vast te leggen. Die generatie sterft langzaam maar zeker uit.’

Jaco Boer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *