Kunnen we die tram nou niet eens opdoeken? Over de noodzaak van metroverbindingen in een kenniseconomie

| 26 maart 2014

“Amstelstation! Hier kunt u overstappen op het metronetwerk van Amsterdam”. Je hoort het altijd wanneer je met een NS-trein het Amstelstation aandoet. Hoor het John Cleese uitspreken en je schiet als vanzelf in de lach. Absurdistische humor. Amsterdam heeft sowieso geen metronetwerk. In de zomermaanden is de metro op slot. De overige helft van het jaar boemelt een treintje van het AMC naar CS waarop het wachten langer duurt dan de feitelijke rit zelf. Je kunt hier en daar overstappen op de Amstelveenlijn, wat überhaupt al geen metro is en waarvan de storingen zo talrijk zijn dat een reis plannen waanzin is. Dan is er ook nog een Ringlijn die ergens begint en nergens eindigt en die de bewoners van de Westelijke Tuinsteden en Zuidoost niet naar ‘de stad’ toe maar ver van de stad afbrengt.

Chef flauwekulmusicals De Levita (Soldaat van Oranje, Anne) kwetterde enkele maanden geleden in het Parool van afgelopen zaterdag dat hij de onzin rond de metro beu is, want “we hebben toch die prachtige trams”. Nou kun je alleen maar chef flauwekulmusicals worden als je absoluut maar dan ook geen enkel ook maar het flauwste benul hebt van wat zich in de wereld om je heen afspeelt, maar het gehagiografeer rond die trams komt ook in de meest erudiete planningsfora voor en lijkt onuitroeibaar. Het zijn echt niet meer dan veel te warme, veel te volle, veel te trage, veel te onvoorspelbare middeleeuwse huifkarren. De ov-reistijd van mijn huis bij het Amstelstation naar stadion de Galgenwaard in Utrecht is van huis tot huis 35 minuten. Van mijn huis naar het ‘Tuinstadhuis’ op Plein ’40-’45 in stadsdeel Amsterdam Nieuw-West minimaal 50 minuten.

OK, de Noord-Zuidlijn schijnt er dan nu dan eindelijk aan te komen, maar waag het niet over het sluiten van de ringmetro te spreken, want je komt op de brandstapel. Oost-Westlijn, men hoort je niet eens aan of lacht je vierkant uit. En steeds is het argument: te duur en niet nodig. Te duur! Hou nou toch eens op. Het levert geld op!! En niet zo’n klein beetje ook.

In Londen is men wat slimmer. Daar is iedereen ervan doordrongen dat een stad die binnen 15 jaar groeit van 8,2 naar 10 miljoen inwoners niet zonder fatsoenlijk openbaar vervoer kan. Je hebt niet alleen meer mensen, maar ook exponentieel meer ‘bewegingen’ in je stad. In een groeiende stad nemen de afstanden toe. “Only Grand Projects help” (The Economist 19 oktober 2012). Het gebruik van bus (6,4 miljoen reizigers per dag) groeit stevig, dat van de Undergroud (3,7 miljoen) nog harder. De Underground wordt vernieuwd, een nieuwe Overground staat in de steigers, oude treinsporen en stations worden aangesloten op het metronet. Ze rekenen daar niet als rechtlijnige boekhouders, maar kijken naar de externe revenuen, zoals huizenwaarde, grondprijzen en arbeidsplaatsen. Snelle verbindingen met vliegvelden, suburbs, urban centers moeten er zo rap mogelijk komen. Dat vinden niet alleen bewoners, maar ook bestuurders (Labour èn Tories) en ondernemers.

Rep in Amsterdam over een NS Station Sloterplas: ambtenaren praten niet meer met je onder het mom “dat komt er NOOIT”, bestuurders gaan sputteren, en vertegenwoordigers van ProRail durven niet meer op bijeenkomsten te verschijnen. Het is allemaal gevoelig, pijnlijk, onbespreekbaar, moeilijk, van de zotte. Kortom, agenderen is onmogelijk.

Maar agenderen moet! Investeren in interregionaal, regionaal en binnenstedelijk openbaar vervoer is een must. De Noord-Zuidlijn zal ondanks zijn horribele ontstaansgeschiedenis zijn economisch en sociaal rendement leveren. Met een Oost-Westlijn en het sluiten van de huidige Ringlijn (metrolijn 50) kan niet snel genoeg begonnen worden. Elke zichzelf respecterende kennisregio heeft een uitgebreid en fijnmazig ov-netwerk dat snel en betrouwbaar is. Nabijheid is immers een cruciale ruimtelijke kwaliteit in kennissteden.

Maar door financiële fiasco’s, verzakkingen en ontwrichting van vastgoed aan het traject bij de huidige bouw van de Noord-Zuidlijn durven Amsterdamse politici, bestuurders en ambtenaren helemaal niet meer te denken aan verdere verfijning van het metro- of sneltramnet. Dan zijn tegenargumenten snel gevonden.

Het eerste tegenargument is dat in steden en in Amsterdam binnen de Ring de fiets het meest ideale vervoermiddel is, waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Dat klopt. Maar een metropool (in wording) houdt niet op bij de Ring. De uitrol van het centrummilieu vergt ruimte buiten de Ring. Ruimte die geschikt moet worden gemaakt voor centrumfuncties. Dat betekent verdichting van het aantal woningen, verdichting van het voorzieningenniveau, maar ook verdichting van het netwerk dat zorgt voor snel en betrouwbaar openbaar vervoer. Want dan worden fietsafstanden zo groot dat nabijheid in het geding komt.

Slappe ondergrond is vervolgens een tweede excuus. Mede om deze reden behoren Amsterdam en Rotterdam niet bij de grote steden in Europa waar rond 1900 een metro werd aangelegd, en die daar vandaag nog steeds de vruchten van plukken. De slappe ondergrond zorgt ook nu voor dusdanige problemen dat vele Amsterdammers de Noord-Zuidlijn verafschuwen. Boven de grond dan? Daarvoor is het fijnmazig stedenbouwkundig profiel van het gebied binnen de Ring ten zuiden van het IJ niet geschikt. Dat snap ik ook wel. Maar daarbuiten biedt het stedelijk weefsel juist alle mogelijkheden voor S-Bahn achtige openbaar vervoersconstructies die zo kenmerkend zijn voor Berlijn en Chicago. Zo propageert de invloedrijke landschapsarchitect Adriaan Geuze dat het openbaar vervoer ‘op palen’ moet. Helemaal mee eens.

Een derde excuus is dat Amsterdam te weinig inwoners heeft voor een uitgebreid en fijnmazig ov-net. Flauwekul! Frankfurt am Main en Boston kennen iets minder inwoners dan Amsterdam, tegen de 700.000, en hebben toch een fijn vertakt metronetwerk dat tot ver in de buitenwijken reikt. Misschien heeft Amsterdam wel zo weinig inwoners omdat het metronetwerk niet op orde is.
Amsterdam zou geen metro behoeven omdat het zo’n kleine stad is. Onzin. Amsterdam is zo’n kleine stad omdat deze geen metro heeft. Dat tast onze concurrentiepositie aan en gaat Amsterdam en daarmee Nederland opbreken.

Jos Gadet
Hoofdplanoloog, Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *