Meer bewegen in de stad

| 30 september 2015
Beschutting, zitruimte en een actieve plint. Beeld itdp.org

Beschutting, zitruimte en een actieve plint. Beeld itdp.org

Mensen leven langer dan ooit tevoren, maar brengen meer jaren door met ziekte en zorg. Dat is terug te zien aan de hard toenemende uitgaven in de zorg, die de afgelopen twee decennia meer dan zijn verdubbeld. En de jaren met ziekte komen de kwaliteit van het leven niet ten goede. Diabetes, Alzheimer, obesitas en depressie zijn levensstijl gerelateerde ziektes. De leefomgeving kan bevorderlijk zijn voor een gezonder leven, bijvoorbeeld met preventie van overgewicht en stimuleren van lichaamsbeweging.

De manier waarop de leefomgeving is ingericht heeft effect op de keuze om te wandelen, te fietsen, het OV te gebruiken of om de auto te nemen. Zo blijkt uit onderzoek dat in gebieden waar de dichtheid van woningen en functies hoog is, mensen eerder geneigd zijn om te wandelen of te fietsen. Mensen bewegen als ze ergens naartoe willen. Ruim opgezette, dun bebouwde woonwijken sporen aan tot passief transport als auto’s en OV. De ruimte tussen de bebouwing kan weliswaar gevuld zijn met allerlei groen, maar de grote afstand tot voorzieningen en het stadscentrum stimuleert autogebruik. Grotere dichtheid van functies zorgt ervoor dat actief transport als lopen, fietsen aantrekkelijker wordt omdat afstanden korter zijn. Dat heeft tot gevolg dat mensen meer bewegen. Als bij-effect leidt dat tot minder CO2-uitstoot en andere vervuiling.

De meest wandelbare steden hebben een fijnmazig structuur met veel kruisingen en geen doodlopende straten. Beeld Great Streets door Allan B. Jacobs, 1993

De meest wandelbare steden hebben een fijnmazig structuur met veel kruisingen en geen doodlopende straten. Beeld Great Streets door Allan B. Jacobs, 1993

Groene kwaliteit
Groen in de directe leefomgeving brengt allerlei gezondheidsvoordelen met zich mee. Een groen leefmilieu helpt tevens de mentale gezondheid wat positieve lange termijneffecten brengt. Het is echter geen kwestie van het aantal vierkante meters groen per woning en het aantal zitplekken. Kwaliteit, vorm, repetitie, locatie en hoeveelheid zijn van invloed op de effectiviteit van de voordelen van het groen. Idealiter complementeert het groen de paden van en naar voorzieningen. De aantrekkelijkheid van verblijfsruimte valt of staat bij de toegankelijkheid en schaal. Een brede weg en groene strook met struiken en bomen in het midden voelt al gauw aan als een barrière in plaats van een waardevolle toevoeging aan de groenstructuur. Zitplekken in de openbare ruimtes moeten dicht bij de wandelpaden gesitueerd zijn. Wandelroutes worden pas gebruikt als zij duidelijke verbindingen vormen tussen voorzieningen en/of woningen.

Manieren waarop de leefomgeving mensen tot bewegen kan aanzetten:

  • Routes tussen stedelijke functies (wonen, werken, winkelen, recreatie) moeten kort en direct zijn om actief transport te stimuleren.
  • Groen is goed, maar voor parken geldt dat een mate van schaarste waarde brengt. De aanwezigheid van veel parken betekent dat mensen zich verspreiden, terwijl mensen juist andere mensen aantrekken. Een stil, geïsoleerd park is juist onaantrekkelijk.
  • De buitenruimte moet rustplekken aanbieden die zich net buiten de loop- en verkeerspaden bevinden. Ze zijn toegankelijk en toch voldoende verwijderd van de drukte.
  • Eetgelegenheden met gezond voedsel in drukbezochte straten bieden een alternatief voor ongezonde fastfood.
  • De straat moet overzichtelijk zijn met een straatplan, objecten en vormen die aansporen tot verkenning en ontmoeting. Dat kan op de horizontale (hoeken en bochten) en verticale (hoogteverschillen, door bijvoorbeeld bruggen en heuvels) wijze.

Educatie en bewustzijn

Met stedelijk ontwerp mensen aanzetten tot meer bewegen

De kosten van overgewicht en lichamelijke inactiviteit evenaren de zorgkosten van rokers en zullen er in de komende jaren voorbij schieten. Bij kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst komt overgewicht het meest voor, maar ook bij Nederlandse kinderen neemt overgewicht toe. Meer dan veertig procent van de Nederlandse bevolking is te zwaar volgens de laatste cijfers van het CBS. Om deze epidemie onder controle te houden, is een menselijke aanpak nodig waarbij ieder individu centraal staat. De beste indicatie voor gezond oud worden is of een persoon tussen 15 en 25 jaar oud structureel heeft gesport. Niet omdat sporten op die leeftijd zoveel voordelen met zich meebrengt; het is een indicator van de mentaliteit van het individu en zijn of haar blik op het leven. Daar is aan te werken. De basis voor een gezonde levensstijl is eenvoudig: meer bewegen, minder zitten, meer groente en fruit, minder suiker. De kunst is om mensen niet alleen voor te lichten, maar ook een duwtje in de goede richting te geven zonder paternalistisch te zijn. Overgewicht en inactiviteit zijn een maatschappijbreed probleem. Door de jeugd als hoofddoelgroep te nemen kan op een vroeg moment gezonde gewoontes worden aangeleerd.
Gerichte acties zoals ‘Kraanwater voor kids in Amsterdam’ dragen op succesvolle wijze bij aan een beter bewustzijn van gezond leven. Het Nationaal Schooltuinproject, een privaat initiatief, toont dat door kinderen zelf voedsel te laten kweken, zij ook bewuster omgaan met hun voeding. De Plukroute maakt mensen er van bewust wat er in de stad groeit aan voedsel. De toon van dergelijke initiatieven is van belang voor het succes. Geen bangmakerij voor de effecten van slechte gewoonten. Wat wel werkt zijn herhaalde, positieve aanmoedigingen, gericht op de wensen van de doelgroep. Mensen worden op deze manier gestimuleerd tot een levensstijl die tot een lang en gezond leven leidt. De stad moet de context bieden voor een dergelijke levensstijl, en deze ondersteunen met bijvoorbeeld de ruimte en de veiligheid om te bewegen.

Wilson Wong

Bronnen en verder lezen
1 Den Hertog, F.R.J., Bronkhorst, M.J., Moerman, M., & Van Wilgenburg, R. (2006). De Gezonde Wijk. Een onderzoek naar de relatie tussen fysieke wijkkenmerken en lichamelijke activiteit. EMGO Instituut, Amsterdam
2 Handy, S.L, Boarnet, M.G., Ewing, R. & Killingsworth, R.E. (2002). How the built environment affects physical activity: Views from urban planning. American Journal of Preventive Medicine 23(2). p. 64-73
3 Engebretsen, Ø. (2005). Location and daily mobility. Vrije Universiteit, Amsterdam
4 Owen, D. (2010). Green Metropolis: Why living smaller, living closer, and driving less are the keys to sustainability. Riverhead Books, New York
5 MacFie, H. & Meiselman, H.L. (1996). Food choice, acceptance and consumption. Blackie Academic & Professional, Londen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *