Meervoudig ruimtegebruik bij inpassing zonneparken

| 30 juni 2021

Overheid en initiatiefnemers botsen bij de uitwerking van de RES’en keihard op de ruimtelijke beperkingen. Zo levert de realisatie van zonneparken inmiddels net zoveel weerstand op als de plaatsing van windmolens. Al staat zon op land volgens de ‘zonneladder’ op de laatste plaats, in menige gemeente liggen er vergunningaanvragen. LAOS Landschapsarchitecten is een van de bureaus die, betrokken bij beleid, verkenning en ontwerp, zien waar ’t schuurt en wat goed gaat. Ze delen hun ervaringen en visie op hoe opwekking van zonne-energie in een klein land het best kan landen.

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 6, juni 2021. ROm is het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren in dat domein. Neem nu een thuisabonnement.

Het rekenwerk voor de dertig regionale energiestrategieën (RES’en) is klaar. De getallen zijn behoorlijk indrukwekkend, maar met een slimme mix van wind, zon op daken, zon op land, geothermie, waterkracht en biomassa zijn de doelen vanuit technisch oogpunt haalbaar. Maar hoe zit dat met het ruimtelijke aspect?

Het is lastig om je een ruimtelijke voorstelling van zulke getallen te maken. Tijdens regionale rekensessies bleef bovendien buiten beschouwing dat dichtbevolkte regio’s voor energieopwekking een beroep op dunner bevolkte landsdelen zullen gaan doen.

Ondertussen is ook duidelijk dat de duurzame energiemix uit minder smaken zal bestaan dan we kortgeleden nog dachten. Biomassa werkt luchtvervuiling en bomenkap in de hand, windturbines wekken woede op en het draagvlak voor zon op land brokkelt af. Daar komt bij dat onderzoek erop wijst dat zonnepanelen op land afbreuk kunnen doen aan bodemkwaliteit en biodiversiteit. Lopend onderzoek door Wageningen University & Research (WUR) lijkt erop te wijzen dat ongelijkmatige afstroming van hemelwater bodemerosie veroorzaakt. Ook niet gunstig is dat panelen de ondergrond jarenlang in de schaduw leggen. Bodemdegradatie kan op den duur tot waardedaling van de grond leiden.

Misvattingen en versnipperd beleid

Toch zal met zonne-energie in een substantieel deel van de elektriciteits- en warmtevraag moeten worden voorzien. De laatste twee, drie jaar hebben verschillende provincies en gemeenten ons gevraagd om hen te helpen bij het opstellen van zonnebeleid, handreikingen en kwaliteitskaders voor landschappelijke inpassing. Daardoor zien we de spagaat waar veel bestuurders in terechtgekomen zijn: enerzijds de opdracht om de energetische opgave en klimaatdoelen binnen gestelde termijnen te halen, anderzijds de wil om ruimtelijke kwaliteit veilig te stellen. Dit zijn zeker conflicterende ambities met de wijze waarop ruimtelijke vraagstukken nu worden opgepakt. Toch is dat dilemma te doorbreken als we de energieopgave meer in samenhang met andere ruimtelijke opgaven en wensen aanvliegen.

Het is een misvatting te denken dat we kunnen volstaan met zonnepanelen op daken. Bij zon op woningdaken gaat het om miljoenen relatief kleine oppervlakken, evenzoveel investeringen en versnipperd eigendom. Met zonnepanelen op bedrijfsdaken is in de meeste steden slechts een klein deel van de vraag te bedienen. Als meer mensen en bedrijven de overstap naar all-electric maken, wordt dat aandeel nog kleiner. Ook wind op zee is niet de enige oplossing, zowel technisch als procedureel krijgen we dat niet snel genoeg voor elkaar.

Dus ontkomen overheden er niet aan om ook zonnevelden als optie serieus in het beleid mee te nemen. Op dit moment gebeurt dat nog vrij sectoraal, signaleren wij. Ruimtelijke thema’s zijn vaak verdeeld over verschillende diensten, die anders aankijken tegen de mogelijkheden voor een locatie of gebied. Ook maken we mee dat buurgemeenten zeer verschillend over hetzelfde landschap denken. De ene gemeente hanteert voor zon op land een aanwijsbeleid, de ander een quotum. Weer een ander stelt: het mag overal, mits. Het ene bestuur kiest voor samenspraak met de omgeving, het andere voor top-down. Fusiegemeenten hebben hun landschapsvisies en -ontwikkelplannen meestal gestapeld in plaats van geïntegreerd. Vaak zijn het ook nog eens verouderde documenten. Actuele thema’s als energie, klimaat en CO₂ ontbreken.

Integraal functies combineren

Wat beleid betreft, is in onze optiek grote behoefte aan omgevingsvisies waarin ruimtelijke thema’s voor stedelijk en landelijk gebied bij elkaar komen. Niet bestuurlijke grenzen, maar landschappelijke en ecologische structuren en urban systems bepalen dan de begrenzing van het plangebied. Zo’n visie is richtinggevend voor uitwerking en verfijning op lagere schaalniveaus, tot en met de back yard van burgers. Om ruimtelijke kwaliteit en samenhang veilig te stellen, is het zaak om die schaalniveaus met elkaar verbonden te houden.

De Omgevingswet verplicht overheden tot het ontwikkelen van participatiebeleid. Participatie gaat perfect samen met integrale gebiedsprocessen. De ontwikkeling van een zonnepark kan de eerste aanleiding zijn om met bewoners, ondernemers en lokale organisaties rond de schetstafel te gaan. Uitgangspunt is dat alle belanghebbenden in het gebied in een vroegtijdig stadium zeggenschap hebben. Relevante informatie wordt voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk gemaakt, verschillende belangen en invalshoeken zorgvuldig geadresseerd.

Verkenning mogelijkheden voor de energietransitie met landschapskwaliteit als vertrekpunt in Middag-Humsterland met gebiedscoöperatie Westerkwartier

Voor ons is de opgave voor duurzame energieopwekking altijd aanleiding om te inventariseren wat mensen belangrijk vinden in hun huidige en toekomstige leefomgeving. Zo verkennen we de koppelkansen met bijvoorbeeld recreatie, groen, veiligheid, klimaatadaptatie, zorg, lokale voedselproductie en woningbouw. We tekenen ze in op de kaart. Daarnaast gaat het over financiële participatie; uitgangspunt is meestal vijftig procent lokaal eigenaarschap. Wij vinden dat je een gebiedscoöperatie of een gebiedsfonds met elkaar moet vormgeven.

Wat ons betreft ligt de procesbegeleiding niet bij de overheid of de ontwikkelaar – zij moeten daar even geen partij zijn – maar in handen van een onafhankelijke voorzitter, ontwerper en financieel deskundige die scenario’s ter plekke doorrekent. Op een hoger (lees: provinciaal of regionaal) schaalniveau zijn ruimtelijke en bestuurlijke uitgangspunten immers geborgd. Een grote mate van autonomie op lokale schaal kan dan alleen maar winst opleveren. Een mooi voorbeeld van deze participatiemethodiek is de sinnetafel (zonnetafel) in de provincie Fryslân, die in de afgelopen jaren in veel Friese dorpen en wijken is gehanteerd.

De Friese gemeente Waadhoeke wil in 2040 energieneutraal zijn. Die ambitie is uitgedrukt in de nodige kilowatturen. LAOS Landschapsarchitecten kreeg de opdracht om die opgave te visualiseren en uitgangspunten voor het energielandschap op te stellen. De gemeente Waadhoeke kiest er nadrukkelijk voor om de bevolking intensief bij de energietransitie te betrekken, ook als groeiende weerstand de mogelijke consequentie is. Die opstelling valt zeer te prijzen, daar is bestuurlijke moed voor nodig.

Het provinciale beleid in Fryslân focust vooralsnog op energieopwek met zonnepanelen, niet op windenergie. Vanuit dat gegeven zijn de criteria voor zonneweides op kaart zichtbaar gemaakt. Zulke criteria zijn bijvoorbeeld landschappelijke inpassing, binnen vier kilometer van het onderstation van TenneT en clustering in plaats van spreiding. Door het ruimtebeslag van de opgave bovendien te koppelen aan de provinciale waarderingskaart voor archeologie, landschap en cultuurhistorie, is een goed beeld verkregen van waar het al dan niet zinvol is om de haalbaarheid van energielandschappen en functiecombinaties nader te verkennen.

Collage

De eerste interactieve verkenning van de ruimte vond digitaal plaats met ambtenaren. De landschapsarchitecten leidden deze sessie in met uitleg over het belang van multifunctioneel ruimtegebruik voor een gezonde bodem, biodiversiteit en draagvlak; zonneweides als kans om gebiedsopgaven met elkaar te verbinden. Aansluitend zijn beleidsuitgangspunten geïnventariseerd, rekening houdend met specifieke opgaven zoals verzilting en waterberging. Al die uitgangspunten zijn verwerkt in een collage: zo kan het Waadhoekse energielandschap eruitzien.

Collage van het energielandschap Waadhoeke

Impact

Daarna vond een drukbezochte digitale publiekssessie plaats. In een tv-programma-achtige setting konden mensen hun waardering en wensen voor landschap, leefomgeving en energieopwek kenbaar maken en vragen stellen aan onder anderen de wethouder en de netbeheerder. Ook voor de bewoners van Waadhoeke gold dat de ruimtelijke impact van de energieopgave de verwachtingen overtrof. Beelden zeggen meer dan cijfers. Ze helpen om de discussie beter te voeren en kritisch te blijven kijken naar de vraag óf en zo ja, de mate waarin de energietransitie in het landschap moet worden opgelost.