Pilot met ontwerpend onderzoek in Nationaal Landschap Zuid-Limburg
Modern boeren op monumentale hoeves

| 4 november 2015
Golvend Limburgs landschap, waar de uitbreiding van agrarische bedrijven ten koste kan gaan van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Beeld Heusschen*Copier

Golvend Limburgs landschap, waar de uitbreiding van agrarische bedrijven ten koste kan gaan van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Beeld Heusschen*Copier

Moderne stallen en loodsen die verrijzen bij schaalvergroting in de landbouw kunnen een bedreiging vormen voor de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. In het Nationaal Landschap Zuid-Limburg zochten alle betrokkenen via ontwerpend onderzoek en in dialoog naar breed gedragen oplossingen voor de uitbreidingsbehoefte. In Hulsberg en Gulpen-Wittem leidde het tot succesvolle plannen voor een nieuw bedrijfsgebouw.

Erfgoed en ruimte
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkt sinds 2012 vanuit de ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ aan het verbinden van ruimtelijke veranderingen aan de identiteit van gebieden. De RCE zet graag haar kennis, menskracht en middelen in om samen met andere partijen de kwaliteiten van ons erfgoed optimaal te benutten. ROmagazine doet er verslag van.

Al jaren wil de familie Gulikers bij haar monumentale melkveeboerderij in het Limburgse Gulpen-Wittem een nieuwe stal bouwen. Om een goede boterham te blijven verdienen, moet het aantal koeien omhoog van de huidige honderd naar 160 tot 170 stuks. De locatie die het bestemmingsplan voor het gebouw toestaat, is uit landschappelijk oogpunt niet ideaal. De familie wil daarom graag meedenken over een alternatief ontwerp dat minder opvalt in het landschap. Eerder werd op het erf al een nieuwe machineloods uit hout neergezet die goed in de omgeving werd ingepast.

In het Nationaal landschap Zuid-Limburg zijn er meer boerenfamilies als de Gulikers die hun bedrijf uit willen breiden om te kunnen blijven concurreren op de Europese markt. Door de bouw van nieuwe, grote stallen en opslagloodsen kunnen hun erven ingrijpend van karakter en aanzien veranderen. Bewoners en belangengroepen verzetten zich tegen die dreigende aantasting van het landschap en ondermijning van cultuurhistorische kwaliteiten. Gemeenten zijn kritischer bij het afgeven van een bouwvergunning voor nieuwe bedrijfsgebouwen.

bERFGOEDenRUIMTE Limburgs Landschap DSC_9351 kopie

Open dialoog
In de aanloop naar de herziening van haar Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) werd de provincie weer eens met haar neus gedrukt op het spanningsveld tussen boerenwensen en maatschappelijke behoeften. Ze besloot een pilot te organiseren om in kwetsbare gebieden als het Nationaal Landschap in een open dialoog en aan de hand van ontwerpend onderzoek te zoeken naar breed gedragen oplossingen voor de uitbreidingsbehoefte van boeren. De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) deed graag aan het experiment mee. Haar achterban klaagde dat gemeenten steeds moeilijker deden over vergunningen voor nieuwe bedrijfsgebouwen. Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) was geïnteresseerd. Onder de boerenhoeves in Zuid-Limburg zijn veel monumenten. Bovendien is het omringende landschap van grote cultuurhistorisch waarde en kan het erfgoed een belangrijke inspiratiebron zijn voor het ontwerp en de inpassing van een nieuwe loods of stal.

Ingegraven koeienstal
Vijf agrarische ondernemers met uitbreidingsplannen meldden zich aan voor de pilot. Aan hun keukentafel werd lang en intensief gediscussieerd over wensen en mogelijkheden. Op twee plekken leidde dat tot consensus over een nieuw bedrijfsgebouw. Zo werd in de omgeving van Hoeve Wissengracht in Hulsberg een geschikte bouwlocatie voor een nieuwe aardappelloods gevonden. Bij de familie Gulikers werd ervoor gekozen om de nieuwe koeienstal gedeeltelijk in de helling in te graven en zo deels onzichtbaar te maken. Dat de partijen er op één van de andere locaties niet uit zijn gekomen, wijt erfgoedadviseur Mieke van Bers van de RCE onder meer aan de grote omvang van de geplande uitbreidingen. ‘Inpassing in een kleinschalig landschap als dat van Zuid-Limburg is dan een brug te ver.’

Schets van de ingegraven stallen van de familie Gulikers en ook de nieuwe machineloods uit hout op het erf past goed in de omgeving. Beeld Heusschen*Copier

Schets van de ingegraven stallen van de familie Gulikers en ook de nieuwe machineloods uit hout op het erf past goed in de omgeving. Beeld Heusschen*Copier

De pilot in het Nationaal Landschap heeft alle betrokkenen ervan overtuigd dat het vooraf onderzoeken van de uitbreidingsmogelijkheden meer oplevert dan het achteraf toetsten van plannen. ‘Als je eerst van elkaar hoort waarom iets voor de ander belangrijk is, ontdek je elkaars speelruimte en kun je een stap verder zetten’, vertelt provinciaal beleidsmedewerker Nicolette Knols. Het ontwerpend onderzoek heeft er daarbij voor gezorgd dat partijen dichterbij elkaar kwamen. Ze bogen over de keuze van de juiste locatie, discussieerden over de inpassing van het nieuwe gebouw en het architectonische ontwerp ervan. ‘Soms werd pas in de uiteindelijke tekeningen duidelijk hoe groot het effect van een nieuwe stal voor driehonderd koeien op het landschap was. Voor sommigen was dat een eyeopener.’

Andere denkwerelden
Toch was het voor de agrariërs in de pilot niet altijd gemakkelijk om zich in de denkwereld van landschapsarchitecten en cultuurhistorici te verplaatsen, beaamt Bert Vergoossen van de LLTB. ‘De meeste boeren denken in functionele oplossingen en horen dan ineens een ontwerper over zichtlijnen en monumentale waarden praten. Daar moet je wel mee om kunnen gaan. Een van de deelnemers is na twee bijeenkomsten om die reden uit het project gestapt.’

Toch wil Vergoossen door met de nieuwe aanpak. Al mag het aantal mensen aan de keukentafel van hem wel iets minder worden. ‘Soms zaten we met zijn negenen bij de boer over een plan te praten. Dat moet efficiënter kunnen.‘ Ook de kosten van het ontwerpend onderzoek kunnen wat hem betreft omlaag. ‘Wat strakker organiseren met meer gestandaardiseerde ontwerpen. Anders is het voor een boer financieel niet meer op te brengen.’

Eind november publiceren de partijen gezamenlijk op basis van de pilot een rapport dat per ambitieniveau inzicht geeft in de bouwkosten van nieuwe bedrijfsgebouwen. Als de boer iets extra’s doet voor zijn omgeving, hoeft hij daar in de ogen van Vergoossen niet in zijn eentje voor op te draaien. ‘Iedereen onderschrijft het belang van het Nationaal Landschap en de rol die de boeren in het beheer en onderhoud ervan spelen. Het behoud van het landschap en de monumentale hoeves is ook in financieel opzicht een gedeelde verantwoordelijkheid.’

Jaco Boer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *