Nat NL

| 22 december 2021

Afgelopen week zag ik in de NRC een heel klein alarmerend bericht verstopt in de rechterhoek onder aan de bladzijde. Hierin kwam op de valreep van dit jaar onze Deltacommissaris Peter Glas met de boodschap dat van de geplande woningen er 820.000 zijn gesitueerd in gebieden die last kunnen krijgen van een stijgende waterspiegel.

Volgens hem wordt bij de keuze voor nieuwe woningbouwlocaties nog nauwelijks rekening gehouden met het bodem- en watersysteem en de gevolgen van klimaatverandering op de lange termijn. Woningen worden te vaak gepland in overstroombare gebieden, gebieden met een slappe ondergrond of gebieden met een natte bodem. Deze constateringen zijn te vinden in zijn Briefadvies Deltacommissaris woningbouw en klimaatadaptatie (Spoor 2) | Publicatie | Deltaprogramma.

‘Er is bij de woningbouwopgave te weinig aandacht voor de zeespiegelstijging’


Een aanbeveling die vraagt om anders te kijken naar de woningbouwopgave. Mijn leermeester Riek Bakker verwoorde dit recent mooi op Rijnmond TV. Het betrof een interview naar aanleiding van het verschijnen van haar boek De ruimte van Riek. Een boek met een kijk op haar leven, zowel persoonlijk als over het vak gebiedsontwikkeling.

Een slotvraag was hoe ze tegen de ruimtelijke opgave aankijkt waar we als land voor staan. Ze sloot zich aan bij Deltacommissaris Peter Glas, met de woorden: ‘Er is bij de woningbouwopgave te weinig aandacht voor de zeespiegelstijging. Woningbouw zou volgend moeten zijn op de klimaatopgave waar we voor staan.’

Als handreiking hiervoor deelde ze haar praktijkervaring met het verbinden van het toen nog voor velen onbekende Rotterdam-Zuid met het noordelijkdeel van de stad. Het gaat volgens haar onder meer over de kunst om bestuurlijk mensen over de streep te trekken, om te starten met gesprekken met de betrokkenen in de betreffende gebieden en te werken met een flexibel plan op hooflijnen.

Lessen die we hard nodig hebben om de woningbouwopgave op de juiste plek te laten landen. Nederland wordt niet voor niets een Deltametropool genoemd. We hebben een lange traditie in het omgaan met het wassende water. Zo mogen we trots zijn op onze Deltawerken en vele polders. En we staan niet stil. Zo worden op dit moment dijken versterkt of verhoogd en zijn onze grote rivieren vrijwel overal verbreed. Iedere tijd heeft zijn eigen opgave. Hoe ziet een Deltaplan+ voor over een eeuw eruit? Met een plus die staat voor hogere delen in Nederland en de verbinding met Europa. Hoe gaan we slim om met de stijgende zeespiegel en de aanpak van ons bodem- en watersysteem? Waar laten we land onder water stromen en waar willen we droge voeten houden?

Pijnlijke maatregelen zullen volgen, en dit alles vraagt om een voor burgers begrijpelijke langetermijnvisie


Dit zijn geen makkelijke opgaven, ze leveren ruimtelijke conflicten op en zijn niet simpel op te lossen. Het gaat om het maken van lastige keuzes voor de korte- en lange termijn.

Kaart met welke gebieden geschikt zijn voor woningbouw. Bron: SWECO

Een actueel voorbeeld is het beperken van de stikstofuitstoot door boeren uit te kopen waarvan het bedrijf in de nabijheid van natuurgebieden staat. Een heldere maar ook een harde maatregel. Waar eerder ruilverkaveling, minder sloten en het verlagen van ons waterpeil de oplossing was, vragen een aantal van deze gebieden nu om een andere aanpak. Er zullen meer pijnlijke maatregelen volgen en dit alles vraagt om een voor burgers begrijpelijke lange termijnvisie. Hoe kijken we de komende decennia terug op onze huidige periode van ruimtelijke planning?

Het nieuwe kabinet zet in op goed gevulde begrotingsfondsen om de klimaatverandering, het woningtekort en het stikstofprobleem aan te pakken. Hopelijk realiseren ze zich daarbij dat het besef van de klimaatveranderingen nog niet betekent dat bestuurders, burgers en buitenlui begrijpen dat bijvoorbeeld de woningbouwopgave om een andere aanpak vraagt. Lukt het om in ons denken een omslag te maken en te komen tot een bij deze tijd passende robuuste Deltametropool+?

Zo komen we tot een goede basis voor de woningbouwopgave. Niet alleen voor nieuwbouw, maar ook voor het fysiek en sociaal duurzaam maken van bestaande stedelijke gebieden die (ver) onder de zeespiegel liggen, gebieden waar rivieren buiten hun oever (kunnen) treden en voor de landsdelen die te maken hebben met droogte.

Niet alleen boeren zullen hun land voor hun ogen ingrijpend zien veranderen. Het geldt voor een groot deel van Nederland en voor alle burgers. Daarom, enkele leestips voor de kerstvakantie.

De ruimte van Riek dus. En verder, van Adriaan van Dis en Renske Jonkman over de betekenis van klimaatverandering: Klifi, woede in de Republiek Nederland en Dit verdronken land.

Ze geven zeker inspiratie voor de grote opgaven waar we voor staan, ook voor het nieuwe kabinet dat bovendien voor de uitdaging staat om het vertrouwen bij burgers terug te winnen.

Door Agnes Franzen, strategisch adviseur bij de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) en TU Delft