Nuttige lessen uit paradepaardje natuur- en fietsverbinding Nigtevecht: beheerfase nog onvoldoende meegenomen in plannen

| 30 september 2021

De elegante fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal bij Nigtevecht met bijbehorende natuurverbinding geldt als een schoolvoorbeeld van een integraal infrastructuur- en natuurontwerp. Vijf opdrachtgevers, aanbesteding op basis van prestatie inkoop, draagvlak creëren in de omgeving die eerst niet zat te wachten op ingrepen in het open veenweidelandschap; in velerlei opzichten is het een huzarenstukje. Een schoolvoorbeeld van herstel van natuurverbindingen in een gebied met grootschalige infrastructuur. Maar op beheervlak kan het beter.

Door Marcel Bayer. Dit is een ingekorte versie van het artikel in ROm 9, september 2021. ROm is het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren in dat domein. Neem een thuisabonnement.

De fietsverbinding ligt er blakend bij, zowel op zonnige als grijze dagen. De spierwitte brug met fraai in het landschap ingepaste aanbruggen (opritten) is een iconisch bouwwerk. Minder zichtbaar, maar minstens een even groot succes, is de natuurontwikkeling aan weerszijden van de oversteek over het kanaal. Verschillende diersoorten die de opdrachtgevers hier wilden hebben, zijn inmiddels aangetroffen op de stapstenen van de natuurverbinding.

De natuurverbinding bestaat uit een natuurgebied op elke oever, de zogenaamde stapstenen, een faunapassage onder de drukke Oostkanaaldijk en acht fauna-uittreedplaatsen in de steile kanaalwanden. Ecologen van Bureau Waardenburg hebben de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan naar de natuurontwikkeling als onderdeel van de afspraken die uit het ontwerp en het beheer voortvloeiden.

Zuidelijk deel stapsteen vlak na de aanleg. Beeld Bureau Waardenburg

Prestatie-inkoop

De oversteek bij Nigtevecht is de laatste schakel in de natuurverbinding tussen het gebied van de Oostelijke Vechtplassen, een Natura 2000-gebied, en de Vinkeveense Plassen. Grote infrastructuur als de A2, de spoorlijn Amsterdam-Utrecht en het Amsterdam-Rijnkanaal doorsnijden het open veenlandschap. Rijkswaterstaat en de provincies grepen de kans om de fiets- en voetgangersbrug en natuurverbinding integraal aan te pakken. Daarmee kon het laatste knelpunt in de natuurverbinding tussen de twee moerasgebieden worden aangepakt. Al eerder waren passages gemaakt onder de A2 en de spoorlijn. Voor de provincies Noord-Holland en Utrecht was de verbinding van de twee natuurgebieden ook belangrijk. Bovendien konden ze daarmee de toegankelijkheid van de forten van de Stelling van Amsterdam en de Hollandse Waterlinie verbeteren. Beide betrokken gemeenten, Stichtse Vecht en De Ronde Venen, wilden de ontsluiting van hun dorpskernen en de fietsroutes met de brug over het kanaal verbeteren.

Infografiek van de brug en de natuurverbinding, met de twee stapstenen. De faunatunnel die onder de uitgebogen kanaaldijk aan de oostkant is aangelegd, zorgt ervoor dat dieren die de hachelijke oversteek over het kanaal hebben gemaakt niet alsnog worden platgereden op de weg. Deze faunatunnel is qua dimensies afgestemd op de grootste doelsoort – de ree – en is geschikt voor doortrek langs droge en vochtige omstandigheden. Beeld Bureau Waardenburg

Een project met vijf opdrachtevers, een integrale benadering en de aanbesteding volgens het principe van Best Value Procurement (BVP), oftewel prestatie-inkoop; een uitdaging voor zowel de opdrachtgevers als de opdrachtnemers.

BVP is gebaseerd op een transparant proces met veel ruimte en verantwoordelijkheid voor de opdrachtnemer om het project uit te voeren. De opdrachtgever stuurt voornamelijk op het resultaat. Voor beide kanten was deze methode nieuw en dus spannend. Ecoloog Allard van Leerdam, door de aannemer vanwege zijn specifieke deskundigheid en ervaring al voor de ecologische verbinding betrokken bij de specificatiefase en later bij de uitvoeringsfase, noemt het een uitdagende manier van werken. ‘Je timmert niet alles aan de voorkant dicht, maar biedt ruimte voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers om gaandeweg betere keuzes te maken waar dat nodig is.’

Ruimtelijke kwaliteit

Eenmaal uitverkozen tot beoogd opdrachtnemer, ging het team de concretiseringsfase in. De beoogde opdrachtnemer krijgt dan de gelegenheid om aan te tonen dat hij werkelijk de juiste partij is om de in te kopen prestatie te leveren. In de opdracht was het opstellen van een zichtlijnenstudie en een beeldkwaliteitsplan inbegrepen, ofwel een kaderstellend document waarbinnen het ontwerp van de fiets- en natuurverbinding ruimtelijk moest passen. Daarnaast was een belangrijk deel van de vraag het vergroten van het draagvlak in het gebied. Vooral in het dorp Nigtevecht was veel weerstand tegen de komst van de fiets- en natuurverbinding op deze plek.

Cruciaal in het brugontwerp was de hoogte van tien meter waarop deze het Amsterdam-Rijnkanaal moest kruisen, vanwege het drukke scheepvaartverkeer. De aanbruggen die op beide oevers het hoogteverschil naar maaiveld overbruggen kosten daarom behoorlijk wat ruimte. Daarbij kwamen de gemeentelijke voorwaarden bij de aanlanding van de aanbruggen. Aanlanding van de aanbrug, voor fietsers, op de drukke Oostkanaaldijk werd bijvoorbeeld niet verkeersveilig geacht, dus moest de fietsverbinding worden aangesloten op de Vreelandseweg, een verderop langs de Vecht gelegen smalle weg.

De bewoners uit de omgeving waren vooral bang dat de aanlanding van de hoge brug zou leiden tot een enorm dijklichaam op die plek, wat tot ingrijpende verstoring van het open landschap zou leiden. Een verantwoorde inpassing in het landschap was daarom basisvoorwaarde, aldus Mascha Visser, landschapsarchitect en projectleider bij Bureau Waardenburg. Het overleg met de dorpsraad en de omwonenden tijdens verschillende bijeenkomsten was een uitgebreid en zorgvuldig proces geeft ze aan. ‘Vanaf het begin hebben we als ontwerpers met de zichtlijnenstudie laten zien hoe de brug en de natuurstapstenen zichtbaar zijn vanaf verschillende openbare wegen. Vanuit de zichtlijnenstudie en de analyse van het landschap hebben we richtlijnen gegeven voor het integrale ontwerp van de brug. Door die op poten te zetten en zo open mogelijk vorm te geven, hebben we veel weerstand kunnen wegnemen.’ Ook levert de brug veel nieuwe perspectieven op het landschap op en is er door de natuurontwikkeling nu ook meer te zien.

Aanleg van de natuurstapstenen. Beeld Bureau Waardenburg

Positieve ervaringen

Ook na de concretiseringsfase, toen het ontwerp moest worden uitgewerkt, werkte het uitstekend, want opdrachtgevers en -nemers werkten op alle openheid goed samen, vindt Visser. ‘Iedereen had zijn eigen verantwoordelijkheden en taken, we zaten wekelijks bij elkaar. De lijntjes waren heel kort. Gedurende het project waren er voortdurend keuzemomenten, maar die hebben geen enkele keer tot problemen geleid. We wisten van elkaar waar we mee bezig waren, begrepen wat er nodig was om verder te kunnen. Ik had het gevoel dat we ons minder konden verschuilen achter verantwoordelijkheden. Als landschapsarchitect vind ik dat prettig, want we gaan voor ruimtelijke kwaliteit. Door deze wijze van samenwerken, kun je die ruimtelijke kwaliteit beter realiseren.’

Van Leerdam, die zichzelf omschrijft als het ‘natuurgeweten’ binnen het projectbureau van de opdrachtgever, sluit zich daarbij aan: ‘Op het moment dat er werkzaamheden moesten worden afgestemd of aangepast in het technisch ontwerp konden we dat op een heel open manier bespreken.’ Hij zegt met een glimlach op de betreffende plekken door het veld te lopen. ‘Het is behoorlijk geworden wat ik had gehoopt. Er zijn altijd wel onderdelen die beter hadden gekund, zoals de natuurverbinding aan de oostkant die in mijn ogen wat dunnetjes is uitgevallen. Die ligt nu op één perceel, wat erg krap is, en ook de aansluiting op de natuur van het Vechtgebied is nog niet helemaal goed geregeld. De speelruimte om de natuur net even wat meer ruimte te geven was al weg door de weerstand van de omgeving. Best begrijpelijk, want de ruimte in West-Nederland is nu eenmaal beperkt. Wel jammer.’

Continuïteit in beheer

Minder enthousiaste berichten krijgt Visser over het onderhoud van de natuurelementen en de handhaving op de brug. ‘Dat de distels weer te hoog staan bij de bankjes of dat er motorrijders gebruikmaken van de brug.’

Een zo natuurlijk mogelijke waterhuishouding gedurende het jaar is cruciaal voor de natuurontwikkeling en deze is dan ook met veel zorg ontwikkeld. Zo is er bijvoorbeeld een breed water aangelegd, waar de palen van de aanbrug aan de westzijde in staan om plaatselijke kwel uit het kanaal op te vangen. ‘Als dat water direct in de natuur zou komen, dan kan het daar ook in de zomer niet een beetje uitdrogen terwijl dat juist wenselijk is’, legt Visser uit. Met name de waterhuishouding is bepalend voor welke vegetatie zich kan ontwikkelen. De waterhuishoudkundige finetuning is achterwege gebleven. Daardoor hebben de gradiënten van sommige oeverzones zich niet zo goed ontwikkeld. Een weeffoutje in het proces, noemt ze het.

Kortom, in het onderhoud en beheer gaat het niet zoals het zou moeten. De afgesproken termijn van drie jaar onderhoud en beheer is afgesloten. Begin dit jaar is de monitoringsrapportage opgeleverd.

Het beheer van de brug en de natuurpassage is inmiddels in handen van de Provincie Utrecht, die dat twee jaar geleden heeft overgenomen van de Provincie Noord-Holland. Daardoor is de continuïteit doorbroken en is het beheer tussen de wal en het schip beland, aldus Visser. Ze denkt dat het is te voorkomen door in de contractperiode al met terreinbeherende instanties afspraken te maken over het beheren van de natuurstapstenen. Ontwikkelingsgericht natuurbeheer is een onderdeel van het wordingsproces, benadrukt ze. Daar horen groenonderhoud, waterpeilbeïnvloeding en handhaving bij. Mari-jan de Jongh, projectleider domein Mobiliteit bij Provincie Utrecht, onderschrijft die conclusie. ‘We hadden dit eerder moeten oppakken. Het probleem is dat wij zelf niet meer zo’n beherende afdeling in huis hebben. We zoeken momenteel uit welke externe beheerder dit het beste kan doen. Ondertussen hebben we Ballast Nedam gevraagd het beheer voor dit jaar nog te regelen.’