Parkeernormreductie rondom IC-stations te zuinig!

| 4 maart 2021

Onder de titel Nieuwe Energie schrijven Jade Oudejans, Ferdinand Michiels en Nick Knoester, adviseurs bij Over Morgen, maandelijks in ROm een column over de energietransitie. Deze staat in ROm 3, maart 2021.  ROm is het maandelijkse vakblad over de fysieke leefomgeving. Neem nu een thuisabonnement.

Het afgelopen jaar zijn in meerdere grotere steden nieuwe parkeernota’s vastgesteld. Tegenwoordig wordt hierin een paragraaf gewijd aan de ‘parkeernormreductie’ bij nieuwbouwprojecten door inzet van deelmobiliteit. Het vaststellen van een generiek kortingspercentage van maximaal twintig procent voor de hele gemeente is nu vrij gangbaar. Hierbij wordt meestal nog een conservatieve deelauto-ratio gehanteerd van een op vier; oftewel door één deelauto worden drie reguliere parkeerplaatsen opgeheven.

Op basis van het verkennende onderzoek ‘Benchmark City Deal Deelmobiliteit in Gebiedsontwikkeling’ is de conclusie dat deze norm in nieuwe beleidsnota’s veel te generiek is geformuleerd. Hoewel de meeste projecten die onderzocht zijn nog in voorbereiding of in ontwikkeling zijn, kan op basis van een handjevol aan gerealiseerde projecten al een belangrijke conclusie worden getrokken: rondom IC-stations (intercitystations) is de twintig procent reductie veel te zuinig.

Inmiddels is bij projecten in Haarlem, Zwolle, Ede en Apeldoorn in het kader van een aantal pilots een hogere korting toegepast van 25 tot 50 procent. Deze projecten liggen in de buurt van IC-stations, zowel in de stad als nabij corridors. De realiteit leert ons dat de forse reducties rondom dergelijke stations niet hebben geleid tot meer parkeerdruk (waarbij wel of geen parkeerregime niet eens van invloed was). Sterker nog, soms staat een deel van de parkeergarage leeg. Twee belangrijkste conclusies die we hieruit kunnen trekken is dat er meer maatwerk in de parkeernota’s wenselijk met stationslocaties als extra categorie. Daarnaast is de beleidsmatige parkeernormreductie van twintig procent te conservatief.


Meer maatwerk in de parkeernota’s wenselijk met stationslocaties als extra categorie

Beide principes gelden overigens ook voor de deelautoratio van een op vier. Bij de referentieprojecten waren ratio’s uitvoerbaar van een op acht tot wel een op dertien. Dat resulteert in de vrijval van nog meer parkeerplekken, maar betekent ook dat de eenopvierratio kan leiden tot overbodige bufferdeelauto’s. Het is zinvoller om als gemeente iets minder deelauto’s te eisen in ruil voor de parkeernormkorting, maar ook te zorgen voor betere aanvullende faciliteiten zoals een deelbakfiets en ook een ‘eigen’ lease-e-bike met goede stallingsvoorzieningen. Dit biedt nieuwe bewoners veel meer garantie op kwalitatief goede mobiliteit dan die extra bufferdeelauto’s.

Kortom, dat nieuwe parkeerbeleid van gemeenten met een paragraaf voor deelmobiliteit lijkt modern en innovatief, maar is eigenlijk al door de realiteit ingehaald.

Nick Knoester