Site & Situation: het ongemak van Little C in Rotterdam

| 20 mei 2021

Met de oplevering van het alom bejubelde Little C verdichtingsproject Het wonder van Rotterdam is de discussie over stad en hoogbouw weer opgevlamd. Nederland en hoogbouw, dat gaat moeilijk samen.

De geringe vanzelfsprekendheid wat betreft hoogbouw in Nederland heeft onder andere te maken met onze slechte ervaringen met deze vorm van stedenbouw. De ‘Bijlmer’ staat symbool voor een hoogbouwwijk waar bijna vanaf de oplevering alles misging wat er mis kon gaan: cumulatie van probleemgroepen, sociale onveiligheid, drugsoverlast, gering (financieel) draagvlak voor detailhandel en andere voorzieningen. Hoogbouw staat in het Hollandse geheugen gegrift als misère. En ‘torens’ staan in Nederland ook meestal in het groen, een erfenis van Le Corbusier. Een giftige combinatie.

De verschijningsvorm van Little C is op het eerste gezicht indrukwekkend. Een beetje Hamburgs Speicherstadt, een vleugje SoHo, New York City. Een speelse verwijzing naar industrie en haven. Voor architectuurcriticus Bernard Hulsman reden om in NRC Handelsblad het project te afficheren als hèt voorbeeld van juiste dichtheid met juiste hoogbouwaccenten, geheel in de leer van architect Rudy Uytenhaak die hoogbouw ooit ‘domme stedenbouw’ noemde. Waarom? Onder andere omdat, aldus Uytenhaak, het in torenwijken per definitie ontbreekt aan ‘nabijheid’. 

De verschijningsvorm van Little C is op het eerste gezicht indrukwekkend. Een beetje Hamburgs Speicherstadt, een vleugje SoHo, New York City

In Nederlandse torenwijken met die overmaat aan groen zal hij bedoelen. Want mits hoogbouw ontwikkeld wordt op plekken waar grond schaars is en gekenmerkt wordt door functiemenging, is hoogbouw juist een garantie voor nabijheid. De verticale verplaatsing gaat immers sneller dan de horizontale, het draagvlak voor de bakker op de begane grond is daarmee groter.

‘Op schaarse grond en met functiemenging is hoogbouw juist een garantie voor nabijheid’

Veel belangrijker voor een hoogbouwproject – meer precies: gesloten bouwblokken met hoogbouwaccenten – is de situationele ligging in het stedelijk weefsel. Een hoogbouwproject, of welk stedenbouwkundig project dan ook, is niet los te zien van zijn ligging in de stad. En laat daar nou de schoen wringen bij Little C. Het project is omgeven door flinke autoverkeerbundels, dus ligt flink geïsoleerd in een toch al relatief ruim opgezet deel van de stad. Met 318 woningen is het een klein buurtje in een ijle ruimte, waar verbindende aders met het toch al dunne ommeland ontbreken. Draagvlak voor en voeding met verschillende soorten mensen die om verschillende redenen op verschillende momenten van een plek gebruik maken is dan onmogelijk.

De loopbruggen tussen de torens remmen de levendigheid

Levendigheid en stedelijkheid liggen dan nog verschrikkelijk ver weg. Het blijft een niemandsland, is mijn voorspelling. Daar komt nog eens bij dat die loopbruggen tussen de torens levendigheid afremmen. Want al dat verkeer in de lucht is niet op straat. Weg levendigheid.

‘Het imago van hoogbouw wordt geschaad door domme stedenbouwers die zich blindstaren op de ‘site’ en de ‘situation’ verwaarlozen’

De link met de omgeving zal in de nabije toekomst gerealiseerd worden door een loopbrug over de brede en drukke (!) ’s Gravendijkwal. Zo zou de wijk een doorgaande route krijgen via het nog aan te leggen Tuschinskipark naar het Erasmus MC. Als dit deel van Rotterdam ergens geen behoefte aan heeft is het aan een park. Het Park en het Museumpark liggen om de hoek.

Waar Little C wel behoefte aan heeft is aan nog een paar Little C’s in de omgeving en een flinke afwaardering van die verkeersbundels, met verbindende loop- en fietsroutes naar centrum, de Maas en oude havengebieden. Hoogbouw is geen domme stedenbouw. Maar het imago van hoogbouw wordt wel geschaad door domme stedenbouwers die zich blindstaren op de ‘site’, en de ‘situation’ verwaarlozen. Het één kan echter nooit zonder het ander.

Tekst en beeld Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam