Stadse agenda’s

| 16 juli 2014

De Kunsthal en het Natuurhistorisch Museum Rotterdam staan deze zomer in het teken van de stad, in het kader van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) Urban by Nature met een grootse expositie, tal van lezingen en debatten. Hoe omgaan met de snelle verstedelijking op wereldschaal en de steden toekomstbestendig maken, zijn eigenlijk de hoofdvragen van deze intellectuele oefening. De indrukwekkende expositie in de Kunsthal brengt in beeld hoe steden knooppunten zijn van menselijke interactie met de natuur.

De opvatting dat de stad, de bij uitstek door de mens gecreëerde omgeving, tegenover de natuur staat, is achterhaald. We moeten de stad gaan zien als een levend organisme dat groeit en bloeit door enorme hoeveelheden energie en natuurlijke hulpbronnen tot zich te nemen en dat afval- en afbraakproducten afscheidt. Aan de hand van een tiental stofstromen als energie, voedsel, water, afval, lucht en bouwmateriaal wordt getoond wat de stad aan natuurlijke producten gebruikt en verbruikt, en wat de stad aan producten levert. Meteen is duidelijk dat dit binnen niet al te lange tijd ophoudt bij het huidige tempo van de verstedelijking en de wijze waarop die plaatsvindt. Dan zijn die energiebronnen en grondstoffen uitgeput of zo duur geworden dat de stofwisseling vanzelf stopt, als het stijgende water door de klimaatverandering dan al niet tot onze lippen staat. Einde verhaal dus.

Meest fascinerend vind ik zelf de illustraties van projecten, van Rotterdam tot San Francisco en van Havana tot Helsinki, waar overheden, bedrijven en burgers proberen de toenemende kloof te dichten tussen wat de stad neemt en geeft. Groei en natuur blijken op een slimme en duurzame manier heel goed te verweven en dan blijkt de stad ineens wel toekomst te hebben.

In hun essay Een paradigma voor slimme verstedelijking in ROmagazine 6 (juni 2014) zetten Maarten Hajer en Anton van Hoorn, resp directeur en senior onderzoeker bij het PBL, uiteen wat de uitdagingen en kansen zijn. Steden zijn als knooppunten van de stofstromen, maar ook van innovatie, creativiteit en bestuurskracht dé plek om onze samenleving te verduurzamen. Het moet en het kan, met een overtuigende visie en een goed plan.

Uit de IABR-lezingen en -debatten in juni en juli over de vraag wat de reikwijdte van die visie zou moeten zijn, welke ingrediënten daar in moeten zitten en wie daaraan zou moeten werken, kwam vervolgens nog niet heel veel concreets naar voren. Laat staan dat er al een begin van een plan was te trekken. Wel lopen er twee belangrijke initiatieven, die het debat verder op gang kunnen brengen: het Jaar van de Ruimte 2015 en Agenda Stad in 2016, als Nederland voorzitter van de EU is. Goede initiatieven om weer te komen tot een visie op onze ruimtelijke ordening en vooral de rol van de stad daarin en om de opgaven die er liggen ook in samenhang aan te pakken. Dat laatste is hard nodig. Wat tijdens de IABR-bijeenkomsten opviel, was dat het debat nog voornamelijk binnen de sectoren – vooral die van stedenbouw en architectuur – en op het niveau van de rijksoverheid en de wetenschap plaatsvindt.

Het zijn tot nu toe onderzoekers, bevlogen rijksambtenaren, stedenbouwkundige adviseurs en architecten die meedoen. Slechts enkele vertegenwoordigers van Nederlandse steden lieten zich zien en de scheiding der geesten tussen duurzaam, sociaal, economie en ruimtelijk is nog groot, ondanks alle mooie intenties voor integraliteit in het beleid. Dat moet echt veranderen, wil er een serieuze en gedragen aanpak van de grond komen.

U kunt overigens nog tot en met 24 augustus naar Urban bij Nature, Kunsthal en Natuurhistorisch Museum, Rotterdam. www.iabr.nl

Marcel Bayer
hoofdredacteur Rom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *