Stemwijzer

| 10 maart 2017

Ruimtelijke ordenaars hebben het maar zwaar. Er is geen enkele politieke partij die zich druk maakt om hen. Ruimtelijke ordening is zo goed als non existent in de programma’s van de (grotere) politieke partijen. Liever babbelt men over Zwarte Piet en paaseieren. Is dat erg?

Ja dat is erg. Niet zozeer voor het gilde van ruimtelijke ordenaars. Maar het is erg dat ruimtelijke ordening, waarin de lange termijn gevolgen van majeure maatschappelijke, economische en ecologische ontwikkelingen samenkomen, zo goed als genegeerd wordt door de politiek.

Slechts bij een handjevol partijen is überhaupt met enige fantasie aandacht voor ruimtelijke ordening, of breder, de leefomgeving te vinden. De Partij van de Arbeid, toch nooit vies van enige nationale ordening, beperkt zich tot wat opmerkingen over de gevolgen van bevolkingskrimp in de regio (en natuurlijk de gaswinning). Die gevolgen van krimp moeten we opvangen met gerichte maatregelen. Duh …

D66 houdt het bij een cri de coeur dat we het Groene Hart en de Veluwe moeten koesteren. De Partij voor de Dieren, een club met nogal wat principiële vergezichten, houdt het bij het herstel van cultuurlandschappen en renovatie van akkerranden. Sympathiek, maar tja, wel beetje niveau Zwarte Piet.

Zo is er nergens ook maar een begin van visie op:

  • wat de energietransitie betekent voor de ruimtelijke ordening;
  • wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en het daarvoor gewenste beleid op onze ruimte;
  • welke nieuwe stromen van mensen, goederen, energie, water, en informatie eraan komen en wat dat gaat betekenen voor de ruimte.

Denk daarnaast aan vergrijzing, de trek naar de stad, de groeiende tegenstellingen tussen stad en land, de blijvende instroom van asielzoekers, internet of things, het einde van gas, lokale energieopwekking, de zelfrijdende auto, de circulaire economie, hittestress, wateroverlast etc.

Natuurlijk, ik weet ook wel dat hierop nog hard wordt gestudeerd in het Planbureau voor de Leefomgeving, IenM en bij onderzoeksinstituten. Maar juist die onderzoekers en beleidsmensen kunnen wel een beetje politieke steun gebruiken in een tijd waarin de Trumps van deze wereld liever aderverkalken naar een fossiel verleden dan nadenken over de grote veranderingen die ons te wachten staan.

In 2018, volgend jaar dus, stelt het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vast. Daarin gaat het over de inrichting van ons land tot circa 2050. Me dunkt dat die visie wat meer aandacht verdient dan bijvoorbeeld de mening van 50PLUS dat er geen windmolens “om de hoek” mogen worden gebouwd…

Sterkte met stemmen!

Piet Renooy
manager onderzoek en advies Regioplan

Lees hier meer blogs van Piet Renooy.