Sturing

| 11 juni 2014

In deze tijd herdenken we dat een kwart eeuw geleden het eerste Nationaal Milieubeleidsplan (NMP1) werd gepresenteerd. Nederland schreef daarmee geschiedenis. Als eerste land ter wereld kwam het met een concreet uitvoeringsprogramma om de urgente milieuproblemen aan te pakken. In een speciale editie van ROmagazine, die verschijnt bij het juninummer, kijken we terug naar die bewogen tijd en naar wat een kwart eeuw milieubeleid heeft opgeleverd.

Het NMP1 was vooral baanbrekend op het gebied van sturing. De traditioneel sterk op de afzonderlijke beleidssectoren en instrumenteel gerichte werkwijze werd doorbroken. Milieubeleid werd management, met doelen voor de langere termijn en inzet op gedragsverandering, dus het creëren van breed draagvlak. Vandaar ook dat communicatie zo’n belangrijke rol speelde bij het realiseren van de doelen. ‘Als dat werkt, heb je geen beleid meer nodig’, stelt Pieter Winsemius terugblikkend. Hij legde als minister voor VROM in het kabinet Lubbers I de basis voor die nieuwe managementstijl. Ed Nijpels ging als minister in het kabinet Lubbers II verder en kon het eerste milieubeleidsplan op de valreep presenteren in dezelfde week dat zijn partij de VVD bekendmaakte de stekker uit het kabinet te trekken.

Talrijk zijn de anekdotes van de hoofdrolspelers toen over de wijze waarop ze deze opmerkelijk revolutionaire doorbraken wisten te bewerkstelligen. Opvallend is de bevlogenheid en helderheid waarmee zij de beslissende momenten en bijzondere, inspirerende sfeer kunnen terughalen. Het ging toen ergens over en betrokken partijen waren zeer gemotiveerd om iets te veranderen.

Je vraagt je af wat er de afgelopen vijftien jaar is misgegaan met het milieubeleid. Milieu is sinds de eeuwwisseling geen hip thema meer, en wordt met name in kringen van ondernemers, architecten, stedenbouwers en planologen gezien als beperkend. Milieuregels staan voorop, bevordering van duurzaam gedrag gaat moeizaam. Zijn we milieumoe of hebben we even andere prioriteiten?
25 Jaar geleden was de urgentie in ieder geval groot. Het ene na het andere rapport met alarmerende verhalen over de rampzalig staat van de wereld zag het licht. En misschien speelde de economische crisis van de jaren tachtig ook mee.
Tijden van crisis en recessie bieden nu eenmaal de meeste kans op structurele gedragsveranderingen. Een vruchtbare bodem ook voor ingrijpende beleidsmaatregelen.

Met de economische voorspoed sinds eind vorige eeuw kregen we andere prioriteiten. Met het milieu ging het helemaal niet zo slecht overigens. Bodem, water en lucht zijn schoner dan ooit. Nederland is zo’n beetje kampioen recyclen. De duurzame energieproductie neemt zienderogen toe. Alleen met schone mobiliteit gaat het tergend langzaam. Maar over het algemeen werken wetten en regels dus wel degelijk.

Is dat dan misschien de reden dat milieu uit beeld is geraakt? Het gaat toch goed, waarom maken we ons dan druk?

De inspiratie en het enthousiasme van 25 jaar geleden kwam uit alle geledingen van de samenleving; maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven voorop. De – overigens ook toen al terugtrekkende – overheid zette wel het kader neer, stimuleerde waar nodig en mogelijk, en prikkelde waar het moest.

In deze tijd staan de klimaatverandering en de circulaire economie op de agenda. De bevlogenheid is er nog niet echt, terwijl er toch de nodige urgentie is. Neem alleen al de steden, die groeien als kool. Je kunt ze beschouwen als immense organismen die consumeren en produceren. Als we er niet in slagen een nieuwe stedelijke planning te ontwikkelen die richting geeft, is de kans groot dat er vooral wordt geïnvesteerd in plannen voor de korte termijn, schrijven Maarten Hajer en Anton van Hoorn van het PBL in hun essay voor de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR), in ROmagazine 6, juni 2014. Tijdens dat tweejaarlijkse evenement staat de uitdaging voor de stedelijke planeet centraal: Urban by Nature.

Tegelijkertijd lanceren drie ministeries de Agenda Stad, om de focus in het economische, sociale en ruimtelijke beleid weer op de stedelijke samenleving te richten. Daar manifesteren zich de grote opgaven op het gebied van wonen en werken, leefmilieu, mobiliteit en sociale achterstand. Daar liggen ook de kansen, de innovatieve en slimme oplossingen.
De tijden zijn veranderd, maar toch ook weer niet. Net als 25 jaar geleden, is het niet de bedoeling dat de overheid het initiatief neemt en de kar trekt. Wel is er behoefte aan een plan met heldere doelen voor de korte en de langere termijn.

Marcel Bayer is hoofdredacteur van ROm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *