Uitdaagrecht is de Eredivisie van burgerparticipatie

| 23 april 2021

Meer en meer komen ze opzetten: bewoners die taken van gemeenten, provincies of waterschappen overnemen omdat zij vinden dat ‘beter’, ‘anders’ of ‘met meer maatschappelijk draagvlak’ te kunnen doen. Zij maken gebruik van het uitdaagrecht. Ook bij thema’s als milieu, energie en openbare ruimte komt dit participatie-instrument steeds vaker voor. Bovendien gaat dit recht wettelijk verankerd worden. Daarom hier drie praktijkvoorbeelden.

Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. Neem een thuisabonnement.

In 2018 nam het Bewonersinitiatief Westelijke IJsseloevers Deventer (WIJD) uit Deventer de handschoen op om de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte langs de IJssel te verbeteren. De bewoners willen meer invloed krijgen en een grotere bijdrage kunnen leveren aan de inrichting, het gebruik en het beheer en onderhoud van de zogenaamde voortuin van Deventer. Met succes, want het bewonersinitiatief is inmiddels aan de slag met het onderhoud en de planvorming voor het gebied.

Inwoners kunnen de kwaliteit van de IJsseloevers verbeteren dankzij het Right to Challenge, of in gewoon Nederlands: uitdaagrecht. Hiermee nemen inwoners en maatschappelijke partijen de feitelijke uitvoering van een overheidstaak over als zij denken deze taak beter, met meer maatschappelijk draagvlak en/of goedkoper te kunnen uitvoeren. Het gaat bij het uitdaagrecht om taken:

die zijn vastgelegd in onder meer de begroting van de gemeente, de provincie of het waterschap ,zoals onderhoud van de openbare ruimte;
waarvan bewoners of andere initiatiefnemers menen dat zij dit beter of met meer draagvlak kunnen uitvoeren;
en waarbij de initiatiefnemers de gehele uitvoering overnemen, of de aansturing van een taak. Dan hebben bewoners of initiatiefnemers de regie in plaats van de overheid.

VVD-wethouder Bert Wijbenga (rechts) verantwoordelijk voor handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven, bij de heropening van de Rotterdamse Schepenstraat. Beeld Frank de Roo

Landelijke regels

Zo’n honderd gemeenten brengen het uitdaagrecht in enige vorm in de praktijk. Zij nemen het uitdaagrecht op in het gemeentelijke participatiebeleid en geven zo initiatiefnemers meer ruimte. Ook provincies en waterschappen ontdekken dit recht. Het landelijke Netwerk Right to Challenge ondersteunt zowel overheden als bewonersinitiatieven hierbij, in samenwerking met onder andere de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het uitdaagrecht is overgekomen uit het Verenigd Koninkrijk (VK) als een recht (‘Right to Challenge’) om bewoners meer invloed te geven op de leefomgeving en op de ruimtelijke inrichting. In het VK wordt het recht door het Rijk opgelegd aan lokale overheden.

Ook in Nederland komen dit jaar landelijke regels om het uitdaagrecht formeel op te nemen in de Gemeentewet, in de Provinciewet en in de Waterschapswet. Daarmee wordt het uitdaagrecht een van de participatie-instrumenten waar bewoners en maatschappelijke organisaties gebruik van kunnen maken.

Want, zo motiveert het kabinet, de ontwikkeling van de democratie staat nooit stil en met het uitdaagrecht krijgen inwoners meer kansen om de eigen leefomgeving in te richten en te onderhouden. Zij kunnen dan het budget voor inrichting of onderhoud van een gebied overnemen en de middelen krijgen voor onder meer het maken van plannen voor bijvoorbeeld nieuwe parken of uitvoeringsplannen voor de duurzame energievoorziening.

Hoe het uitdaagrecht exact wordt ingevuld, is niet aan het Rijk maar bepalen gemeenten, waterschappen en provincies zelf. Zo is lokaal maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld door aan te geven voor welke beleidsterreinen het ingezet kan worden.

In de participatieverordening komen de regels voor participatie bij de voorbereiding, uitvoering én evaluatie van beleid

De regels voor het uitdaagrecht kunnen worden vastgelegd in de nieuwe participatieverordening van een gemeente, provincie of een waterschap. Deze verordening zal de inspraakverordening vervangen, waarschijnlijk in de loop van 2022.

In de participatieverordening komen de regels voor participatie bij de voorbereiding van beleid. Nieuw is dat er ook regels komen voor participatie bij de uitvoering en bij de evaluatie van het beleid, en daaronder regels om overheidstaken over te nemen (uitdaagrecht), maar ook regels voor participatie bij de Omgevingswet.

IJsseloevers, Deventer

Het bewonersinitiatief Westelijke IJsseloevers Deventer (WIJD) heeft het uitdaagrecht dus benut om meer invloed te krijgen op onderhoud van de openbare ruimte en ontwikkeling van het gebied voor natuur, het centrum van Deventer en evenementen in het gebied.

In het gebied ligt de woonkern De Hoven met daaromheen een aantal bijzondere plekken, zoals het Stadsstrand, een camping, de Bolwerksmolen en het Worpplantsoen, het oudste stadswandelpark van Nederland. Het gebied trekt veel dagjesmensen aan die van de fraaie omgeving willen genieten. Natuur, water, recreatie, stedelijk wonen en werken komen er samen.

De aanpak van WIJD met het uitdaagrecht is stap voor stap ingevuld door de initiatiefnemers en dat vraagt lange adem van initiatiefnemers, maar ook van de gemeente. Het begon met ‘Wroeten in de Aarde’.

Bewoner John Vos: ‘Wij gebruiken het uitdaagrecht voor de verbetering van het onderhoud van de openbare ruimte en om meer integraal te denken over het gehele gebied van de Westelijke IJsseloevers. We zijn al actief met het schoner maken van de omgeving, beheer en onderhoud van objecten en willen dit uitbreiden, het liefst met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.’

De volgende stap was het maken van een integrale visie voor het gehele gebied in samenwerking met de bewoners, eigenaren en gebruikers. De gemeente verwelkomt deze visie voor het overgrote deel, al blijven er altijd discussiepunten onder andere rondom verkeer en parkeren.

De afgelopen maanden hebben de initiatiefnemers van WIJD de visie uitgewerkt tot een meerjarig programmaplan om vorm te geven aan de ‘maatschappelijke gebiedsontwikkeling’. Daarmee zijn bewoners en gebruikers in the lead bij het maken van de plannen voor het toekomstige gebruik en inrichting van het gebied. Samen met de gemeente zijn er in het programmaplan afspraken gemaakt over welke taken ‘echt worden overgenomen’ en waar sprake is van ‘coproductie’. Uiteindelijk blijft de gemeente altijd eindverantwoordelijk voor de openbare ruimte.

Herinrichting Schepenstraat, Rotterdam

De Rotterdamse Schepenstraat is een 600 meter lange, groene straat met circa 300 adressen. Door inklinking van de bodem is de opstap naar entreedeuren van de woningen 20 tot 40 centimeter hoog geworden en op sommige plekken zijn er problemen met de huisaansluitingen en het hoofdriool. Daarom ontwierp de gemeente enkele jaren geleden een herinrichtingsplan voor de straat. Tijdens de enorm drukbezochte bewonersavond daarover was er veel protest, vooral omdat alle 140 bomen moesten worden vervangen door nieuwe bomen. Daarnaast waren er bezwaren tegen de saaiheid van de straat en tegen de verkeersveiligheid.

De bewoners daagden de gemeente uit en wilden zelf het herinrichtingsplan voor de straat gaan maken. Op basis van eigen ervaring en met deskundige bewoners konden zij inbreng geven in het ontwerp- en participatieproces. Onder die deskundige bewoners zijn stedenbouwkundigen en ontwerpers, een civiel ingenieur, een meubelmaker met veel kennis over bomen en een computerexpert. Gemeente Rotterdam ging akkoord met deze uitdaging en maakte werkafspraken met de initiatiefnemers.

De bewoners startten met het in kaart brengen van de bestaande kwaliteiten van de straat en formuleerden een eigen visie voor de herinrichting. Met een goede afstemming tussen het onder- en bovengronds ontwerp én grote zorgvuldigheid tijdens de uitvoering bleef een groot deel van de bestaande bomen wél behouden en kreeg de straat een veel groenere uitstraling. Ook is de straat fietsvriendelijker geworden en is er meer variëteit in de plantsoenen gerealiseerd.

Inmiddels is de herinrichting van de straat uitgevoerd conform het plan van de bewoners en zijn bewoners ook meer betrokken bij het beheer van de openbare ruimte.

Energietransitie in Zutphen

Ook bij de energietransitie wordt het uitdaagrecht toegepast, zoals in Zutphen door de lokale energiecoöperatie ZutphenEnergie. Zij verleidde de gemeente om de energietransitie anders aan te pakken. Haar pleidooi: Wij kunnen het beter, wij staan dichter bij en zijn zelf bewoners. Wij kunnen het sneller, want wij hebben de meeste informatie paraat en zijn alle dagen open. En wij kunnen het goedkoper. We werken met vrijwilligers aangestuurd door professionals. Het gemeentelijke energieloket wordt nu uitgevoerd door ZutphenEnergie en is een van de voorbeelden in de gemeentelijke film over het uitdaagrecht.

Bij de energietransitie kan het uitdaagrecht een kansrijk instrument zijn om bewoners echt invloed te geven

Bij de energietransitie kan het uitdaagrecht een kansrijk instrument zijn om bewoners echt invloed te geven, zo blijkt uit een eerste inventarisatie van het Netwerk Right to Challenge in opdracht van VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Energiecoöperaties en bewonersinitiatieven nemen de communicatie en voorlichting over de energietransitie over van de gemeente. Maar ook de planvorming van wijkwarmtenetten in combinatie met isolatiemaatregelen aan gebouwen is kansrijk. Of de lokale uitwerking van de Regionale Energiestrategieën.

Cruciaal

Bij het uitdaagrecht is vertrouwen tussen initiatiefnemers en overheid cruciaal, zo is de ervaring van bewoners en maatschappelijke initiatiefnemers. Is dit vertrouwen aanwezig in de capaciteiten van de initiatiefnemers en overheid, dan kunnen er steeds meer uitdagingen worden ingediend. Maar ook kan de gemeente dan zelf aan maatschappelijke initiatiefnemers vragen om taken over te nemen (‘omgekeerde challenge’).

Zo vroeg Gemeente Zutphen aan de energiecoöperatie ZutphenEnergie om een actieve rol te spelen bij de wijkplannen voor de energietransitie. De coöperatie is nu bezig in een aantal buurten met de begeleiding van actieve bewonersgroepen. Lokale experts met kennis van zaken over bewonersbegeleiding helpen vanuit het sociale domein. Deze ervaring wordt nu gebruikt bij de energietransitie. Een win-winsituatie.

Daarnaast is een transparant proces voor het aanvragen, beoordelen en besluiten over een uitdaging van belang. De gemeente moet dit aanvraagproces inrichten. Rotterdam heeft hiermee inmiddels ervaring opgedaan en maakt het bewoners gemakkelijk om hun idee bij de gemeente in te dienen en van het uitdaagrecht gebruik te maken.

Continuïteit is een andere factor bij het uitdaagrecht. Het recht vraagt het nodige van bewonersinitiatieven en van gemeente, provincie of waterschap. Zo moeten initiatiefnemers werken aan draagvlak in hun directe omgeving, moeten zij bedenken hoe zij een overheidstaak kunnen overnemen en vaak voor enkele jaren kunnen uitvoeren.

Ook de overheden moeten zorgen voor continuïteit in de begeleiding van initiatieven. Een positieve houding van meedenken en waar nodig informatie aanleveren door ambtenaren en bestuurders is cruciaal om bewonersinitiatieven verder te helpen om overheidstaken over te nemen. Dat maakt het uitdaagrecht tot de ‘eredivisie’ van de participatiemogelijkheden voor bewoners én voor overheden.

Tot slot is het uitwisselen van ervaringen met het uitdaagrecht van belang. Is er voldoende maatschappelijk draagvlak om aan de slag te gaan, werkt de ambtelijke organisatie mee om uitdagers de ruimte te geven of voelt men zich bedreigd omdat ambtenaren niet willen dat inwoners werk overnemen? Het Netwerk Right to Challenge organiseert deze uitwisseling van ervaringen om bewonersinitiatieven en overheden verder te helpen bij het uitdaagrecht.

Door Thijs Harmsen en Bert van der Moolen. Harmsen is coördinator landelijk Netwerk Right to Challenge. Van der Moolen is voorzitter Plaatselijk Belang Vilsteren en bestuurslid Overijsselse vereniging Krachtige Kernen.