We moeten nadenken over afremmende bevolkingsgroei

| 30 april 2021

In de jaren tien van de 21e eeuw schatten we de bevolkingsgroei structureel te laag in. In de jaren twintig kan wel eens het tegenovergestelde gebeuren, stelt demograaf Jan Latten. ‘Wie realistisch wil zijn in langetermijnplannen voor woningbouw kan er niet omheen de demografische feiten voortdurend te evalueren.’

De nieuwste bevolkingscijfers van het CBS zijn duidelijk. De sterfgevallen overtreffen het aantal baby’s en immigratie valt terug. Sinds vorig jaar is de exorbitante bevolkingsgroei van vóór corona tanende. Tijd om de vraag te stellen wat er gebeurt als de gevolgen van de pandemie langer aanhouden, daardoor immigratie niet terugveert en geboorten alsnog dalen? Kan het zijn dat de huidige demografische groeiverwachting en de daarop gebaseerde woningbouwprogrammering voor de lange termijn te hoog liggen? Hoe zeker is het dat tot 2030 één miljoen woningen nodig zijn? Kan het zijn dat we op langere termijn uitgegroeid raken, om weer uit te komen op 17 miljoen inwoners?

Voortekenen van babybust?

De pandemie toont dat een hoge groeispurt niet vanzelfsprekend is. Natuurlijke aanwas is getransformeerd in natuurlijke krimp. Uiteraard doordat er meer dan 20 duizend mensen aan Covid-19 zijn overleden. Maar ook doordat een vermeende babyboom vanwege de lockdown marginaal blijkt. Een significant stijgend geboortecijfer zou niet in lijn zijn met overig Europa. Spanje, Italië en Frankrijk melden dalingen in het aantal geboorten.

De meeste deskundigen verwachten voor komende jaren terughoudendheid bij het krijgen van kinderen. Niet alleen Covid-19 speelt een rol, ook economische gevolgen en opkomende babyschaamte vanwege milieubewustzijn en zorgen om de groeiende wereldbevolking zijn van belang. Voldoende reden om aan te nemen dat in Nederland het geboortecijfer kan gaan dalen. Dat zou vanaf midden jaren twintig kunnen leiden tot een permanente natuurlijke krimp. Blijft immigratie dat compenseren? 

Krijgt immigratie als aanjager barsten?

Naarmate de autonome aanwas vermindert, wordt immigratie de bepalende factor voor de groei van het inwonertal. Maar voor de komende jaren is ook een aanhoudend lager migratiesaldo niet uit te sluiten. Expats zullen minder vaak terugkeren, want ook internationale bedrijven hebben thuiswerken ontdekt. Praktische arbeidsmigranten zullen terughoudender blijven om in Nederland te komen werken. Hoe kom je thuis als het weer mis gaat?

Asielmigratie lijkt een stabiel lager niveau te hebben bereikt evenals gezinshereniging. Omdat de pandemie telkens opnieuw negatief verrast, is niet uit te sluiten dat het totale migratiesaldo permanent op een lager niveau blijft. Minder immigranten zullen komende jaren de babyaantallen minder ophogen. Gecombineerd vormen jaren met minder immigranten en minder kinderen ingrediënten voor een scenario met lagere aanwas van inwoners en huishoudens. Als ook nog eens de levensverwachting niet stijgt, dan komt op den duur een krimpscenario in zicht.

Vinger aan de pols

Bevolkingsgroei wordt door politici en beleidsmakers vaak gezien als het resultaat van toevallige krachten, als een soort deus ex machina. De pandemie laat zien dat ongecontroleerde krachten de groeicijfers plotseling kunnen temperen. Stel dat op middellange termijn de afgezwakte magneetwerking op migranten aanhoudt en daarbovenop jonge stellen een babybust teweegbrengen, wat dan? Zien politici op tijd dat ze actief beleid moeten voeren?

Wie realistisch wil zijn in langetermijnplannen voor woningbouw kan er niet omheen de demografische feiten voortdurend te evalueren. Zou de vraag naar 1 miljoen woningen in 2030 minder worden dan men nu denkt? In de jaren tien ging men uit van te lage schattingen van bevolkingsgroei en was men te laat met opschalen van de woningprogrammering. In de jaren twintig zou men te laat kunnen zijn met afschalen.