Wonen en Zorg, één uitdaging, twee beleidsvelden

| 10 september 2021

Eind dit jaar moeten gemeenten een woonzorgvisie hebben met een vertaling daarvan naar prestatieafspraken. Het is hoogst twijfelachtig of dat gaat lukken. Met name de financiering van woonzorgwoningen is een knelpunt. Gemeenten hebben al genoeg taken en bijbehorende verplichtingen op hun bordje. Terwijl de achterstand nu al wordt ingeschat op 80.000 woningen. Een deksels dilemma voor de komende jaren gegeven de toenemende vergrijzing en stijging van de zorgvraag. Ondertussen hebben beleggers dit segment op de woningmarkt ontdekt.

Door Victor Frequin en Robbert Coops. Dit artikel staat in ROm 9, september 2021, uw maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem een thuisabonnement.

De twee verantwoordelijke ministeries van Binnenlandse Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuurden 2 juni een brief over wonen en zorg naar de Tweede Kamer. Er blijken daarover gelukkig bestuurlijke afspraken gemaakt. Maar daarmee is het niet ‘gedaan’. Het zijn juist de problemen op het raakvlakken van beleidsterreinen die het moeilijkst te regelen, laat staan op te lossen zijn. We moeten vrezen dat dit ook opgaat voor dit onderwerp, tenzij alle partijen inzien dat effectief samenwerken noodzakelijk is om de problemen op beide beleidsterreinen aan te pakken. En vooral wanneer vernieuwend publiek-privaat partnership ontstaat dat zich richt op de ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed.


In 2040 is een kwart van onze bevolking 65-plus; zo’n 4,7 miljoen mensen. Van hen is dan 1,6 miljoen 80-plus, tweemaal zoveel als nu. De snelgroeiende groep senioren blijft langer thuis wonen. Nu woont 92 procent van de 75-plussers zelfstandig en twee derde van de 90-plussers. Maar het aantal dodelijke ongevallen na een val neemt boven de 65 jaar sterk toe en steeds meer ouderen voelen zich eenzaam. De toename van mensen met dementie gaat naar verwachting van 280.000 nu naar 520.000 in 2040. En die groei gaat door. Een aantal trends komt hier samen: enerzijds de vergrijzing, anderzijds het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen. Neem daarbij de groeiende dementie en de toenemende gezondheids- en welzijnsrisico’s en we hebben een formidabele uitdaging.

Valse prikkels

Uit de afspraken die de ministeries gemaakt hebben met Aedes, ActiZ, VNG, Taskforce Wonen en Zorg en ZN blijkt dat in de komende tien jaar:

  • 110.000 nultredenwoningen (woningen zonder trappen die van buitenaf bereikbaar zijn en waar de primaire ruimtes zich op dezelfde woonlaag bevinden) worden gerealiseerd;
  • 50.000 geclusterde woningen (collectieve woonvormen waarin ouderen samen zelfstandig wonen) moeten worden gebouwd;
  • 50.000 verpleegzorgplekken erbij moeten komen.

Om dit te bereiken moeten gemeenten medio 2021 een woonzorgvisie hebben die eind 2021 vertaald is in concrete prestatieafspraken. De betrokken ministeries bekijken of geclusterd wonen en ook de verpleegzorg op zorgkantoorniveau mogelijk is. En in 2022 moeten de opgaven van gemeenten en zorgkantoren met betrokken veldpartijen verwerkt zijn in uitvoeringsprogramma’s.

Wie betaalt de rekening?


Op het raakvlak van wonen en zorg is het zaak de woonzorgvisies van de gemeenten te verbinden met de regioplannen van zorgkantoren. Hier ontmoeten de woon- en zorgproblematiek elkaar. En dat levert forse dilemma’s op, bijvoorbeeld wat betreft de financiering. Langer thuis wonen doet een groter beroep op de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), waar de gemeenten voor aan de lat staan. De zorgkantoren werken op basis van de indicatiestelling van de Wlz (Wet langdurige zorg, de vroegere AWBZ), dus vanuit een volksverzekering. Hier zitten de nodige valse prikkels in het systeem. In gewone mensentaal: minder verpleegzorgplekken en meer thuis wonen voor ouderen is in het algemeen slecht voor de Wmo en goed voor de Wlz.

De klassieke kernvraag bij beleidszaken ‘wie betaalt de rekening?’ dringt zich hier nadrukkelijk op.

Polderen

In algemene zin ligt de vraag op tafel of genoemde aantallen extra woningen en verpleegzorgplekken in kwantitatieve en kwalitatieve zin voldoende zijn. Woonzorg Nederland, de grootste landelijke speler in seniorenhuisvesting, spreekt van een tekort van 80.000 seniorenwoningen in 2020. We beginnen dus al met een achterstand en dat terwijl de woningbouw over de hele breedte al achterblijft bij de vraag, onder meer door stroperige besluitvorming door onder meer ruimtegebrek, milieuknelpunten en stijgende kosten.

Zorgtechnisch is de vraag of de trend om langer thuis te wonen, versterkt door de coronacrisis, niet een scheef beeld heeft gegeven van de daadwerkelijk noodzakelijke verpleegzorgplekken. Door langdurig niet naar de verpleeghuizen te (willen) gaan, lijkt het alsof die plekken niet meer nodig zijn. Dat zou weleens een ernstige misvatting kunnen blijken.

Er is ook goed nieuws. Nederland zou Nederland niet zijn als we hierover niet flink aan het polderen geslagen zouden zijn. Twee ministeries zijn ermee bezig, Wouter Bos heeft de Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen geleid, die pleit voor ontkokering tussen wonen-welzijn-zorg. Er is een Taskforce Wonen en Zorg met een plan van aanpak. In februari dit jaar hebben 34 organisaties een Actieagenda Wonen uitgebracht. En er bestaat een actief platform ZorgSaamWonen.

Amsterdam: in vijf jaar tijd tweeduizend zelfstandig geclusterde zorgwoningen erbij


Het volgende kabinet gaat het hier druk mee krijgen! Ook in Amsterdam bijvoorbeeld hebben 23 partijen waaronder de gemeente, corporaties, zorgorganisaties, ontwikkelaars, medio vorig jaar al een intentieverklaring getekend om in vijf jaar tweeduizend zelfstandig geclusterde zorgwoningen voor ouderen te bouwen. Hulde voor de hoofdstad!

Beleggers

Wonen en zorg is te belangrijk om alleen aan de overheid te laten. De zorgvastgoedmarkt voor beleggingen bestond tien jaar geleden nauwelijks. Vanaf 2014 tot 2019 is het beleggingsvolume van 300 miljoen naar 1125 miljard euro gegaan. En de verwachting is dat dit door blijft groeien naar boven de 2 miljard op niet al te lange termijn. Dat ook investeerders, ook uit het buitenland, hier belangen nemen, is een positief teken. Met overheid en markt samen moet het goedkomen met ‘zorgwoningen’, maar het is geen gelopen race. Vooral gemeenten zijn aan zet met hun woonzorgvisies en daarop aansluitende prestatieafspraken. Met de zorgkantoren moet een brug geslagen worden. Per slot van rekening willen we allemaal op oudere leeftijd prettig blijven wonen en fatsoenlijk worden verzorgd.