Zo kunnen klimaatpsychologen de energietransitie versnellen: ‘Kijk niet alleen technisch maar zeer zeker ook psychologisch’

| 15 oktober 2021

Duurzame energie wordt steeds zichtbaarder in de ruimtelijke omgeving. Denk aan meer windmolens, zonneparken, warmtenetten, CO2-opslag, en verduurzaming van zowel huizen en bedrijven als industrie. Hoe kun je burgers en bedrijven daarin meenemen? Gerdien de Vries van de TU Delft breekt een lans voor de inzet van meer klimaatpsychologen in het overheidsbeleid.

Door Harmen Weijer

Gerdien de Vries doet al jaren onderzoek naar gedragsaspecten en psychologische factoren bij klimaat- en energietransitiebeleid. In 2010 promoveerde ze op de communicatie rondom het CO2-opslag project in Barendrecht. ‘Daar viel ik met de neus in de boter. Want een van mijn doelen is dat klimaat- en energieproblemen niet alleen met technologie opgelost kunnen worden. Psychologie moet wat mij betreft aan de gereedschapskist worden toegevoegd om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van wat mensen drijft om wel of niet voor duurzame energie te kiezen.’

Zoals in het geval van haar promotieonderzoek, waarbij het ging om CO2-opslag in Barendrecht. Een consortium – met Shell als grootste multinational – wilde in lege gasvelden bij Barendrecht CO2 opslaan om aan klimaatdoelen te voldoen. Dat sloeg in als een bom bij de inwoners van Barendrecht.

‘Wat ik heb onderzocht en dus heb kunnen concluderen, is dat op een juiste manier communiceren zeer veel uitmaakt in dit soort projecten. Niet alleen hoe er wordt gecommuniceerd, maar ook door wie en hoe dat wordt ervaren door inwoners. Mensen in Barendrecht zullen informatie over CO2-opslag van Shell anders interpreteren dan mensen in bijvoorbeeld Brabant. Ook is de interpretatie anders als de boodschap bijvoorbeeld van de lokale overheid komt of van je eigen omgeving.’

Belangrijke rol voor klimaatpsycholoog

Veel gemeentelijke en provinciale overheden hebben nog regelmatig moeite om de boodschap over bijvoorbeeld meer windenergie goed bij omwonenden over te brengen. Een klimaatpsycholoog zou in dat voortraject een belangrijke rol kunnen spelen om te voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid, meent De Vries.

‘We hebben inmiddels een set aan perspectieven, theorieën en onderzoeksmethoden ontwikkeld, die bij dit soort projecten goed gebruikt kunnen worden. Zo zijn we nu betrokken bij de ontwikkeling van zogeheten airborne windenergie, beter bekend als energieopwekkende vliegers. De faculteit Lucht- en Ruimtevaart van de TU Delft is daarmee bezig en wij helpen hen door inzicht te geven in wat mensen van deze technologie zouden kunnen vinden. We vragen dit bijvoorbeeld aan mensen, maar we kijken ook naar andere windprojecten en hoe de plannen hiervan zijn gevallen bij omwonenden.’

Deze manier van samenwerken is al een vooruitgang op hoe het voorheen ging, stelt De Vries. ‘Nu werken we hierin samen, waar voorheen iedereen in zijn eigen ‘silo’ zat: ingenieurs, overheden, psychologen. Door samen te werken en dezelfde taal te spreken kunnen energietransitieprojecten sneller uitgevoerd worden. Dat willen we immers graag: de energietransitie versnellen. Daarom zou ik overheden ook willen aanraden: kijk breder naar je onderzoekspalet, niet alleen technisch maar zeer zeker ook psychologisch.’

Eerdere ervaringen meegenomen

Een van de psychologische effecten die vaak bij duurzame energieprojecten optreden, is dat de ervaring van inwoners met bijvoorbeeld de gemeente op een geheel ander vlak vrijwel altijd wordt meegenomen in het nieuwe project. ‘Neem Barendrecht weer: hier hadden de inwoners het gevoel alsof ze in het afvoerputje van Nederland woonden, want de chloortrein van de Rotterdamse haven naar Duitsland reed ook al door de stad, zo was de tendens. Zoiets kan net de druppel zijn om een ander project niet te accepteren.’

Maar dan terug naar de vraag: hoe kun je burgers meenemen in de energietransitie? Een van de ontdekkingen die De Vries heeft deed tijdens haar onderzoeken is dat veel mensen duurzame maatregelen nemen een hoop gedoe vinden. ‘Ik noem dat de ‘gedoe-factor’, en ik geef overheden mee dat ze het de mensen zo gemakkelijk mogelijk moeten maken, zodat die gedoe-factor richting nul gaat. Dat kan door die veranderingen te faciliteren of door dat heel natuurlijk in het gewenste gedrag te laten meenemen, keuzearchitectuur of nudgen heet dat. Uiteraard moet dat wel in de goede balans zijn, dus geen manipulatie. En hoe belangrijk ik mijn werk ook vind, alleen inzetten op klimaatpsychologie en nudgen is ook niet goed. Het moet echt een samenwerking zijn.’

Dit alles is nodig omdat klimaatverandering voor velen nog echt een ver-van-hun-bed-show is, vooral omdat het niet iets is dat ons direct raakt, stelt De Vries. ‘Zoals wel het geval is bij de corona-pandemie de afgelopen anderhalf jaar. Klimaatverandering is een ‘wicked problem’, waardoor het voor mensen heel makkelijk is om op anderen te vertrouwen of te ontkennen. We willen ook een fijn leven leiden, en als dat dan moeilijker wordt gemaakt, gaat men niet snel omschakelen.’

Internationaal rapport over gedragsinzichten
Dr. Gerdien de Vries is de Nederlandse wetenschapper die betrokken is bij het IEA Platform over gedragsinzichten rondom verduurzaming. Eerder dit jaar is een rapport opgeleverd, dat de gedragsfactoren bespreekt die een belemmering vormen voor energiebesparend gedrag, voor het gebruik van energie-efficiënte, schone energietechnologieën en voor duurzame mobiliteitsopties. Dit is uitgevoerd in opdracht van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO heeft geholpen via MVI-e (Maatschappelijk Verantwoord Innoveren – Energie van de Topsector Energie) door dit onderzoek te financieren. Verder is er gebruik gemaakt van de kennis van het Behavioural insight team van zowel RVO als de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken.