Zonder frictie geen inclusieve wijk

| 17 juni 2021

De afgelopen week had ik weer eens tijd om mijn werkplek op te ruimen. Meestal gaan er dan niet alleen mapjes met aantekeningen door mijn handen, maar moeten ook oude jaargangen van vakbladen eraan geloven. Zo stuitte ik afgelopen weekend in een nummer van Rooilijn op een recensie van een boek van Stipo over de inclusieve stad. Er is op dit moment terecht veel aandacht voor het ideaal van de wijk die voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk is. Maar na het downloaden en lezen van enkele van de gratis beschikbare essays en praktijkverhalen werd het mij snel duidelijk dat het nog niet zo gemakkelijk is om dat soort plekken te creëren. Uitsluiting van mensen ligt al snel op de loer, hoe subtiel die soms ook is.

Jezelf thuis voelen in een park of wijk heeft namelijk alles te maken met hoe welkom en geaccepteerd iemand zich er voelt. Je kunt een andere huiskleur hebben, een andere taal spreken of een ander geloof aanhangen, maar als de buurman je net zo hartelijk ontvangt als iedere andere bewoner voel je je veilig en gerespecteerd. Je kunt jezelf zijn en je gedragen zoals je van huis uit hebt geleerd. En juist op dat punt gaat het vaak fout. Verschillen in de manier waarop iemand is opgevoed en heeft geleerd wat acceptabel of juist ongewenst is, leiden regelmatig tot misverstanden. Hoe meer de meningen over goed en fout uit elkaar lopen, hoe vaker wrijvingen ontstaan en mensen langs elkaar heen leven. Vaak komt het niet eens tot echte ontmoetingen, maar is het beeld over de ander al voldoende om iemand uit te sluiten van een plek.

Voetbalstraat en bakfietsmoeder

Paradoxaal zijn wijken waar nauwelijks spanningen tussen bewoners zijn net zo weinig inclusief. Eén bepaalde cultuur domineert waardoor er amper ruimte is voor alternatieve waarden en normen. Een straat vol oranje voetbalvlaggetjes straalt gezelligheid en saamhorigheid uit maar dat gaat alleen op voor wie van voetbal houdt. Een kinderloos stel kijkt anders aan tegen bakfietsen die de stoep versperren dan de jonge moeder die er dagelijks mee door de stad fietst op weg naar kinderopvang of school.

Moeten we dan het ideaal van inclusiviteit in steden en wijken maar opgeven? Nee, zeggen alle auteurs van de bundel in koor. Wees je als ontwerper of bestuurder bewust van de dilemma’s, maar blijf proberen om pleinen en parken voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk te maken. De beste manier om dat voor elkaar te krijgen, is zoveel mogelijk verschillende mensen mee te laten denken en -beslissen over de inrichting van de publieke ruimte. Laat bewoners maar ervaren dat niet iedereen hetzelfde denkt maar er toch samen uit moeten komen om de zak met geld voor de opknapbeurt binnen te halen. Een inspirerend praktijkverhaal over de aanpak van de Utrechtse Kanaalstraat in het multiculturele Lombok laat zien dat met een goede begeleiding zelfs geharnaste opponenten tot een breed gedragen voorstel kunnen komen. Wie met elkaar gaat praten, moet namelijk uit zijn eigen wereld stappen en dat is vaak het begin van begrip en acceptatie voor de ander. Die heeft net zoveel recht op een deel van de stad als jijzelf. 

Door Jaco Boer